De meeste mensen weten wel dat eb en vloed iets te maken heeft met de aantrekkingskracht van de Maan. Maar waarom is het twee keer per dag eb en vloed, waarom is het verschil tussen eb en vloed soms groter en soms kleiner en hoe komt het dat je op vakantie soms veel grotere of kleinere verschillen ziet?

Aantrekkingskracht
De aantrekkingskracht van de Maan speelt een hele grote rol in de werking van de getijden, maar dit is niet het hele verhaal. Om te beginnen draait de Maan niet zomaar om de Aarde, maar draaien ze samen om een gemeenschappelijk middelpunt. Omdat de Aarde zo'n 80 keer zwaarder is dan de Maan, ligt dat gemeenschappelijke zwaartepunt wel binnen de Aarde. Hoe dan ook, de Aarde trekt harder aan de Maan dan de Maan aan de Aarde. Door deze zogenaamde centrifugaalkracht worden beiden een beetje vervormd. In geval van harde steen is die vervorming klein, maar de watermassa die de Aarde bedekt is gevoeliger voor deze krachten. Je zou denken dat de watermassa als het ware naar de Maan getrokken wordt, maar door de centrifugaalkracht ontstaat er ook een tegenovergestelde beweging, namelijk van de Maan af. Hierdoor ontstaan er twee zogenaamde vloedbergen per etmaal, in plaats van slechts een. Overigens veroorzaakt ook de Zon vergelijkbare aantrekkingen en daarmee zijn eigen vloedbergen, hoewel deze veel kleiner zijn.
Dan gebeurt er in de loop van een maand nog iets interessants. Als de Zon en de Maan in dezelfde richting ten opzichte van de Aarde staan, bij Nieuwe Maan, gaan de twee paar vloedbergen dezelfde richting op en versterken ze elkaar. Dit wordt springtij of springvloed genoemd en de waterstand is bij vloed hoger en bij eb lager dan tijdens de tussenliggende Maanfasen. Dit is ook het geval bij Volle Maan, als de Zon juist tegenover de Maan aan de hemel staat. In de tussenliggende Maanfasen, Eerste en Laatste Kwartier, staan de Zon en Maan 90° uit elkaar ten opzichte van de Aarde. Dan werken de twee getijden-systemen elkaar tegen en zwakken ze elkaar af, dit wordt doodtij genoemd.

Frequentie en richting
Er zijn meestal 2 vloed-, en twee eb-momenten in een etmaal, maar deze wisselen elkaar niet precies om de 12 uur af. Dit komt omdat de Aarde door blijft draaien onder de ontstane vloedbergen. Na een omwenteling van de Aarde is de Maan een stukje opgeschoven, zodat de Aarde een beetje verder door moet draaien voordat de Maan zich weer boven hetzelfde stukje Aarde bevindt. Zo duurt het gemiddeld 1 dag en 50 minuten voordat een vloedberg zich herhaalt op dezelfde plaats. Ondertussen is de tweede vloedberg ook nog eens voorbijgekomen, waardoor het iedere 12 uur en 25 minuten een keer vloed is en een keer eb. De vloedbergen bewegen van zich van oost naar west op Aarde, het water stroomt dus in bijna 25 uur een keer de Aarde rond. Maar er zitten natuurlijk wel landmassa's in de weg, wat weer veel wrijving veroorzaakt.

Plaatselijke verschillen
Al naar gelang het soort kust en de aanwezige stromingen, zijn er grote onregelmatigheden in eb en vloed op verschillende plaatsen op Aarde. Aan de kusten direct aan de oceanen is het verschil tussen eb en vloed zo'n 50 tot 100 centimeter. In de Middellandse zee is het maar 15 tot 30 centimeter, omdat de vloedberg door de kleine opening bij Gibraltar maar gedeeltelijk in en uit kan. Grote verschillen treden op als het water in een vernauwing wordt opgestuwd, bij Bretagne is het verschil zo'n 12 meter en in de Fundy baai bij Nova Scotia maar liefst 21 meter.
De Noordzee heeft niet zulke extreme verschillen, maar wel een ingewikkeld getijde-systeem. Dat komt dan weer omdat de getijden in de Noordzee worden bepaald door twee getijde-golven, beiden uit de Atlantische Oceaan. Een ervan komt langs de oostkust van Schotland en Engeland de Noordzee binnen, en de tweede, kleinere via het Nauw van Calais. Dit veroorzaakt onderlinge verschillen tussen eb en vloed op de verschillende meetpunten aan de Noordzeekust. De grootste verschillen in Nederland, bijna 5 meter, treden op in de Westerschelde doordat de getijgolf in het estuarium gestuwd wordt. Vanaf Vlissingen neemt het verschil in noordelijke richting af tot minimaal bij Den Helder. Van daaruit verder naar het noorden neemt het weer langzaam toe.