Wat is het Parlement?

Met Parlement bedoelen we alle mensen die ons als volk vertegenwoordigen. In een indirecte democratie zoals de onze kiezen we bij verkiezingen volksvertegenwoordigers, die onze belangen moeten behartigen de komende paar jaar. Het gaat hier dus om politici, mensen die een functie bekleden omdat ze daarvoor gekozen zijn.

In Nederland zijn er twee delen van het Parlement, namelijk de Tweede Kamer en de Eerste Kamer. Als je volledig wilt zijn zijn het de twee Kamers der Staten-Generaal. Vroeger, voor we ook maar enige vorm van democratie hadden, waren er namelijk ook al afgevaardigden die bijeenkwamen als de koning die ons toen regeerde (die van Spanje bijvoorbeeld) belasting wilde heffen. Die vergadering heette de Staten-Generaal, omdat er drie standen (=staten) verzameld werden in een algemene (=generale) vergadering. De drie standen uit die tijd waren de adel, de geestelijkheid en de burgerij. De naam van die vergadering is gebleven, al is de inhoud compleet veranderd.

Taken van het parlement

Het parlement heeft twee taken:

  1. Het maken van wetten.
  2. Het controleren van de regering.

De eerste taak is belangrijk omdat in Nederland niets buiten de wet om mag gebeuren. Als er niet in de strafwet staat dat diefstal strafbaar is mag de politie je er niet voor oppakken. Als er niet in het burgerlijk recht staat dat je een stuk land in bezit mag hebben kan iedereen er een huis op bouwen. En als er geen begrotingswet is mag de minister geen geld uitgeven. Het maken van wetten, maar ook het veranderen van wetten is dus belangrijk. Een wet kan veranderen door een nieuwe wet in te dienen die de vorige vervangt. Zo worden er nog steeds veel wetten gemaakt - denk maar eens aan alle nieuwe wetgeving die nodig is omdat er nu internet is. Ook dingen die de overheid niet verbiedt zijn meestal toch per wet geregeld. Denk maar eens aan de vergunning die je aanvraagt voor het verbouwen van je huis, de subsidie die je kunt krijgen voor kinderopvang of de belasting die je betaalt aan de gemeente. Dat al die dingen bestaan en hoe ze precies werken is vastgelegd in wetten.

De tweede taak van het parlement is het controleren van de regering. De regering is namelijk niet door ons gekozen. Omdat in een democratie het volk de macht heeft, moet onze volksvertegenwoordiging er dus voor zorgen dat de regering doet wat zij zeggen en hen niet negeert. Hoe de verhouding tussen kabinet en parlement precies zit leg ik uit in een artikel over de relatie tussen het parlement en het kabinet. Voor nu is het genoeg om te weten dat het parlement, althans een meerderheid van het parlement, de baas is. Dat is ook wel logisch: wanneer een minister wil regeren moet hij of zij wetten veranderen en een begroting hebben om geld uit te kunnen geven. Als de meerderheid van de Tweede Kamer het niet met hem eens is zullen ze tegen zijn wetsvoorstellen stemmen en kan hij dus erg weinig. Hetzelfde probleem heeft hij of zij wanneer een meerderheid van de Eerste Kamer tegen hem/haar is. Het parlement is dus de baas. Om de regering te controleren zijn er twee dingen van groot belang: dat zij informatie krijgen over wat de regering precies doet en wil gaan doen en dat de regering naar hen luistert als ze zeggen dat er iets moet veranderen.