Artikeltjes - http://www.artikeltjes.com
Wat is de regering?
http://www.artikeltjes.com/artikeltjes/119/1/Wat-is-de-regering/Page1.html
Door Marieke Vos
Gepubliceerd op 11/09/08
 
Een korte beschrijving van de manier waarop onze regering in elkaar zit. Voor als je je afvraagt wat de koningin eigenlijk doet en of ze invloed heeft op de manier waarop dit land geregeerd wordt. Of als je je afvraagt wat het verschil is tussen regering, kabinet en ministerraad. Of als je wilt weten hoe een kabinet 'valt' en hoe we dan weer aan een nieuwe komen.

Een beschrijving van de taken van de Koningin en de grenzen van haar vrijheid.

Wat is de Regering?

De regering bestaat uit de Koning(in) en de ministers.

De Koning(in)

Sinds Nederland, Luxemburg en België in 1815 het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden  koninkrijk vormden hebben we in Nederland een monarchie. Zoals de Grondwet zegt: "Het koningschap wordt erfelijk vervuld door de wettige opvolgers van Koning Willem I, Prins van Oranje-Nassau." In onze Grondwet staat ook geregeld hoe een nieuwe koning of koningin aan de macht komt en wat de rechten en plichten van de Koning zijn. Sinds 1848 zijn die rechten sterk beperkt. Een nieuwe koning moet dan ook bij het aantreden zweren of beloven trouw te zijn aan de Grondwet en zich er aan te houden. Daarom is Nederland dus een constitutionele monarchie (constitutie = grondwet).

De koning is niet de baas in Nederland. De macht ligt bij het volk en daarom spreken we van een democratie. Volgens de Grondwet is de Koning onschendbaar; de ministers zijn verantwoordelijk. Dat klinkt raar: als je onschendbaar bent betekent dat toch juist dat je kunt doen wat je wil? Toch is dat niet zo. Wat met die uitspraak bedoeld wordt is dat niet de koning de besluiten neemt maar de ministers. Zij moeten zich verantwoorden tegenover het parlement, onze volksvertegenwoordigers. De koning zelf blijft buiten schot, maar mag dan ook geen besluiten meer nemen.

Wat doet de koningin?

Wat de koningin doet is samen te vatten in drie 'petjes' die de koningin opheeft. Als eerste is zij deel van de regering. In die functie ondertekent ze elke wet die is goedgekeurd door het parlement. Zonder haar handtekening en die van een minister wordt het geen wet en kan niemand er aan gehouden worden. Toch mag ze niet zelf bedenken of ze wel of niet wil ondertekenen: het is de minister die verantwoordelijk is, zij zet alleen een handtekening. Het is in België een keer voorgekomen dat de katholieke koning een wet over abortus of euthanasie niet wilde ondertekenen op persoonlijke gronden. Hij is toen afgetreden voor een dag, zijn opvolger heeft getekend en hij is weer opnieuw aangetreden. Het Nederlandse parlement heeft destijds besloten dat dat in Nederland niet kan: als de Koningin haar handtekening niet wil zetten mag ze aftreden, maar dan wordt ze niet meer opnieuw koningin. Opgestaan plaats vergaan. Wanneer in een uitzonderlijk geval noch de koning noch de opvolger van de koning zou willen tekenen dan zal in Nederland waarschijnlijk de monarchie worden afgeschaft. Als ze dat niet wilden zou men door kunnen zoeken naar een opvolger tot er één minderjarig is en een regent aanstellen die de handtekening kan zetten.

Het tweede deel van de taken van de Koningin zijn de dingen die zij doet als Staatshoofd. Elk land heeft een staatshoofd, hetzij een koning, sheik, sultan, keizer et cetera, hetzij een president. Het staatshoofd is het visitekaartje van het land. Als staatshoofd ontvangt de Koningin buitenlandse staatshoofden in ons land, brengt ze staatsbezoeken aan andere landen en knipt ze lintjes. Ook het benoemen van een (in)formateur valt onder deze taak (zie verderop bij Formatie).

Tenslotte is de koningin net als alle andere mensen in Nederland een privépersoon. Als zij winkelt, haar landgoederen beheert, personeel in dienst neemt of naar het stemhokje gaat om te stemmen is zij net als iedere andere persoon en moet ze zich gewoon aan dezelfde regels houden als anderen.

Wat mag de koningin (niet)?

Zoals we hebben gezien zijn de ministers verantwoordelijk voor de acties van de koningin. Dan gaat het voornamelijk over de dingen die zij doet als ze als staatshoofd of deel van de regering aan het werk is. Toch zijn ook sommige dingen die ze privé doet of zegt politiek gevoelig en kunnen gevolgen hebben voor de ministers die verantwoordelijk zijn. Wanneer zij daarom iets zegt waar de aandacht van de media door getrokken wordt en er volksvertegenwoordigers (leden van de Eerste of Tweede Kamer) zijn die vinden dat ze dat niet had mogen zeggen moet er een minister (meestal de minister-president) naar de betreffende Kamer komen om te verantwoorden wat er is gebeurd: 'Wist de premier wat ze ging zeggen? Had hij toestemming gegeven? Wat bedoelde ze er mee en staat de premier daar achter? Was het achteraf gezien goed om die toestemming te geven?' Wanneer de antwoorden die de Kamer krijgt niet afdoende zijn kan een meerderheid een motie van wantrouwen steunen. Meestal zijn excuses overigens afdoende, zeker aangezien de koningin en haar opvolgers zich erg goed bewust zijn van wat ze zeggen en bijna nooit iets desastreus zeggen. Toch kan er commotie ontstaan over dingen waar het kabinet dat niet van verwachtte, zoals de uitspraken van prinses Maxima over de Nederlandse identiteit. Ook al gaat het hier niet om de koningin maar om de vrouw van haar eerste opvolger, toch zijn de ministers er verantwoordelijk voor. Meerdere ministers hadden de speech die ze ging houden gelezen en goedgekeurd en niemand had gedacht dat er problemen over zouden ontstaan. Dat komt omdat er geen duidelijke grens is te trekken over wat er wel en wat er niet politiek gevoelig is. Iedereen denkt er net ietsje anders over. Wat vind jij, mag de Koningin vertellen wat ze gestemd heeft bij de afgelopen verkiezingen? Mag ze een eigen mening hebben over Europa, over kernenergie, milieubeleid? Het eerste, vertellen wat ze heeft gestemd, heeft ze overigens een keer gedaan. Er was toen speculatie in de media over de aanstelling van Kok (PvdA) als formateur, alsof de koningin zelf besloten had dat een kabinet zonder het CDA een goed idee was. Ze vertelde toen om aan de speculatie een einde te maken dat ze zelf op het CDA had gestemd.

Toch is het duidelijk dat er grenzen zijn aan de verantwoordelijkheid van de ministers. Wanneer de koningin het al te bont maakt moet ze aftreden en wordt er een opvolger benoemd. Stel je voor dat de Koningin morgen op een staatsbezoek George Bush voor idioot uitmaakt waar alle camera's bij zijn... In zo'n geval zou de ministerraad aan het parlement voorstellen de koningin ongeschikt te verklaren om als koningin te functioneren. De Eerste en de Tweede Kamer komen nu samen bijeen in een enkele vergadering en debatteren over het voorstel. Vervolgens wordt er gestemd en als een meerderheid van die gezamelijke vergadering er mee instemt wordt de koningin afgezet. Toch is deze procedure voorlopig alleen nog maar theorie, aangezien er nog nooit een Nederlandse vorst is afgezet of ontoerekeningsvatbaar is verklaard. De procedure staat echter wel in de Grondwet, zodat het altijd het volk in haar vertegenwoordigers is die de macht in handen heeft, niet de koningin.

De Koningin moet dus voorzichtig zijn met wat ze zegt. Maar de ministers zijn niet strafrechtelijk of financieel verantwoordelijk voor de koningin, alleen politiek. Dat houdt in dat als de koningin morgen op een staatsbezoek George Bush neer zou schieten, Jan Peter Balkenende weliswaar heel wat uit te leggen heeft, maar er niet voor de bak in draait. Net zoals hij niet uit eigen zak zou hoeven bijleggen als Willem Alexander achter de stuurknuppel van een F-16 per ongeluk de Air Force One zou beschadigen.


Het kabinet, de ministerraad en hoeveel ministers er zijn.

Het kabinet

Het kabinet bestaat uit alle ministers en staatsecretarissen samen. Het is in feite dat deel van de regering dat uit politici bestaat en de besluiten neemt. Vaak wanneer er gesproken wordt van 'de regering' die een besluit neemt gaat het in feite om het kabinet: de koningin heeft er niets over te zeggen gehad. Hetzelfde geldt voor een zogenaamd 'Koninklijk besluit' zoals het benoemen van burgemeesters: het is een minister die het besluit heeft genomen, de koningin zet alleen gehoorzaam haar handtekening.

De ministerraad

In praktijk worden de meeste besluiten in een nog kleiner cirkeltje genomen, namelijk in de ministerraad. In de ministerraad zitten alle ministers, maar geen staatssecretarissen. Elke week vergadert de ministerraad en stemt als dat nodig is over voorstellen. Elke minister heeft daarbij één stem, ook de minister-president. Is er een meerderehid voor, dan is het kabinetsbeleid. De ministers zijn in principe bij elke vergadering, ook wanneer het gaat over dingen die buiten hun beleidsterrein vallen. Ze zijn zo allemaal medeverantwoordelijk voor het hele kabinetsbeleid. Een staatssecretaris mag alleen op de vergadering komen als hij of zij speciaal is uitgenodigd. Meestal gebeurt dat alleen voor hun eigen beleidsterrein.

Hoeveel ministers zijn er?

Er staat niet vast hoeveel ministers er zijn in Nederland. Het aantal ligt meestal zo rond de vijftien, maar is afhankelijk van een aantal zaken. Ten eerste zijn er een aantal beleidsterreinen die, afhankelijk van de politieke waarde die de coalitiepartijen er aan hechten, soms een staatssecretaris krijgen en soms een minister. De laatste jaren zijn Milieu en Ontwikkelingssamenwerking zulke beleidsterreinen. Omdat een minister bij alle vergaderingen van de ministerraad mee kan praten en stemmen kan het voor een beleidsterrein dat met veel zaken te maken heeft heel nuttig zijn een minister te hebben. Aan de andere kant duren dergelijke vergadering steeds langer als er meer ministers zijn.

Een tweede belangrijke factor bij het bepalen van hoeveel ministers er komen is wat de verhouding moet zijn tussen de verschillende partijen die samenwerken in het kabinet. Over het algemeen probeert men de verhouding tussen het aantal ministers per partij zo gelijk mogelijk te maken als de verhouding tussen het aantal zetels dat elke partij heeft in de Tweede Kamer. Puur wiskundig gezien is het dus soms handiger om 14, 15 of juist 16 ministers te hebben.

De derde belangrijke factor is de inhoud van de ministersposten. De meeste partijen hebben favoriete ministeries, die nauw aansluiten bij hun belangrijkste politieke ideeën. Tegelijk is er een soort objectieve waarde van de ministerposten. Financiën is een gewilde post omdat die minister heel veel te zeggen heeft. Buitenlandse Zaken is ook belangrijk, omdat de minister vaak het gezicht van Nederland is in het Buitenland en ook in Nederland veel in beeld zal komen. Omdat die waarde ook meegewogen moet worden bij het verdelen van de posten tussen de partijen is het vaak moeilijk om tot een goede verdeling te komen. Soms is het dan handig om een groot ministerie wat kleiner te maken en een deel van het beleidsterrein bij een andere minister onder te brengen. Een beleidsterrein wat het vaakst gebruikt wordt om een ministerspost net iets 'zwaarder' te maken zijn de Koninksrijksrelaties.

De vierde factor waarmee men hopelijk rekening houdt is de manier waarop het de vorige kabinetsperiode verdeeld is geweest. Voor elk beleidsterrein zijn tenslotte ambtenaren in dienst, die hun werk doen op een bepaalde plek. Wanneer je Ruimtelijke Ordening van VROM naar Justitie zou schuiven moeten al deze ambtenaren meeverhuizen, of anders moet de minister heen en weer reizen om er leiding aan te geven. En als je twee beleidsterreinen uit elkaar haalt, gaat het dan nog wel goed met de samenwerking tussen ambtenaren wiens werk overlapt?

Tenslotte zijn er ook nog een aantal ministersposten die geen eigen ministerie krijgen, dus die de ambtenaren van andere ministeries moeten 'lenen.' Het gaat dan vaak om ministers die een beleidsterrein hebben dat overlapt met dat van andere ministers, maar dat een van de coalitiepartijen erg belangrijk vindt. Zo heeft de ChristenUnie in Balkenende IV een minister voor Jeugd en Gezin geregeld, die het beleid van de andere ministers op dat terrein moet coördineren. Andere voorbeelden zijn de minister voor Wonen, Wijken en Integratie (ook Balkenende IV), de minister voor Integratie en Vreemdelingenzaken (Balkenende I, II en III) en de minister van Bestuurlijke Vernieuwing (Balkenende I en II). Een minister zonder eigen ministerie wordt wel een minister zonder portefeuille genoemd, al spreekt het huidige kabinet liever van een programmaminister.


De val van een kabinet en de formatie van een nieuw kabinet.

Hoe komen we aan een nieuw kabinet?

Voordat er een nieuw kabinet kan komen moet er een reden zijn om het oude kabinet te vervangen. Daar kunnen twee redenen voor zijn: het oude kabinet is gevallen en/of het is tijd vor nieuwe verkiezingen. In beide gevallen begint er een proces dat we meestal de formatie of kabinetsformatie noemen.

Val van het kabinet

Een kabinet kan alleen regeren als ze geld kunnen uitgeven en wetten kunnen aanpassen. Dat wordt onmogelijk wanneer er een meerderheid van de Tweede Kamer (of van de Eerste Kamer!) tegen het kabinet is. Daarom hebben we in Nederland meestal een meerderheidskabinet, een kabinet dat de steun heeft van meer dan de helft van de leden van de Kamers. Het kan echter gebeuren dat ze die meerderheid kwijtraken. Dat heet de 'val' van het kabinet.

Er zijn verschillende manieren om de meerderheid kwijt te raken. Bij een kleine meerderheid zouden een of enkele kamerleden die overstappen van een coalitiepartij naar een oppositiepartij de balans er voor kunnen zorgen dat de meerderheid verdwijnt. In Nederland stappen kamerleden echter niet zo vaak over van de ene partij naar de andere, al is het de laatste tijd wel populair om je eigen partij te beginnen.

Vaker gebeurt het dat een van de partijen die samen in het kabinet zitten het niet meer eens is met het kabinetsbeleid. Omdat alle partijen nodig zijn om een meerderheid te hebben in de Kamers verliest het kabinet als er een partij uit stapt zijn meerderheid. Na de conflicten tussen LPF-ministers Heinsbroek en Bomhoff besloot de VVD dat het niet langer wilde regeren in een coalitie van CDA, VVD en LPF. Omdat CDA en LPF samen geen meerderheid hadden (en het CDA ook van de LPF af wilde) was het kabinet Balkenende I gevallen.

Soms willen de ministers van een partij doorgaan met een kabinet, maar staat de fractie van die partij in de Tweede Kamer niet langer achter (een deel van) het kabinet. D66 deed dat bijvoorbeeld na het debat met Rita Verdonk tijdens Balkenende II. Hoewel de ministers van D66 wellicht door hadden willen regeren steunde de fractie een motie van wantrouwen en gaf zo aan geen vertrouwen meer te hebben in Rita Verdonk als minister. Op dat moment had een meerderheid van de Tweede Kamer nog wel vertrouwen in Rita Verdonk (dat werd later anders) dus technisch gesproken had ze gewoon door kunnen gaan. Maar omdat ze de steun van een coalitiepartner had verloren zou het gebruikelijk zijn geweest om op te stappen. De VVD en het CDA steunden Verdonk echter en minister-president Balkenende vertelde dan ook tegen de Kamer dat het onaanvaardbaar was dat het kabinet door zou regeren zonder Rita Verdonk. Door het woord onaanvaardbaar te gebruiken gaf hij aan dat het ofwel een kabinet met Rita Verdonk was, ofwel geen kabinet. D66 koos voor het laatste en het kabinet Balkenende II viel.

Wanneer het kabinet valt omdat er problemen zijn tussen de partijen komt er niet per se een nieuw kabinet. Soms wordt er een lijmpoging ondernomen. Als dat lukt gaan de oude partijen door in hetzelfde kabinet. Dat was bijvoorbeeld eerder al het het geval bij Balkenende II. D66 was ontevreden over de steun die ze van de andere partijen kregen voor hun paradepaardje, bestuurlijke vernieuwingen. Nadat een aantal wetsvoorstellen het niet gehaald hadden stapte de D66 minister van Bestuurlijke Vernieuwing, Thom de Graaf, op. Na veel onderhandelen besloot D66 echter toch door te gaan met het kabinet, dus het was gelijmd.  

Het gebeurt ook wel dat het kabinet valt, er een partij uitstapt en er vervolgens niet direct verkiezingen worden uitgeschreven, maar het restant van het kabinet nog een tijdje doorregeert als minderheidskabinet of rompkabinet. Een minderheidskabinet betekent dat de partijen in de Tweede Kamer geen meerderheid hebben. Voor alles wat ze willen doen moeten ze andere partijen overtuigen hen te steunen. Je snapt dat het erg moeilijk is om als minderheidskabinet iets voor elkaar te krijgen. In Nederland hebben we dan ook bijna nooit minderheidskabinetten. In Scandinavië zie je die wel vaak. Een rompkabinet betekent dat er een deel van het kabinet is weggevallen (de armen en benen) en alleen het restant, de romp, nog over is. Nadat D66 uit Balkenende II was gevallen werd Balkenende III geboren: een minderheidskabinet dat een rompkabinet was van het CDA en de VVD, de resterende partijen van Balkenende II.

Hoewel het de laatste jaren veel is voorgekomen dat een kabinet valt, zitten de meeste kabinetten toch gewoon de volle vier jaar tussen twee verkiezingen voor de Tweede Kamer uit. In dat geval dient de minister-president officieel zijn ontslag in op de dag van de verkiezingen. De Koningin aanvaard meestal dat ontslag op één voorwaarde, namelijk dat ze als demissionair kabinet blijven regeren tot er een nieuw kabinet is gevormd. Demissionair betekent in feite dat ze geen eigen missie meer hebben, geen eigen beleid. Het enige wat een demissionair kabinet doet is het land draaiende houden tot het volgende kabinet arriveert. Alle zaken die politiek gevoelig liggen worden uitgesteld tot het nieuwe kabinet er is. Het is de Tweede Kamer die bepaalt of iets politiek gevoelig ligt of niet. Een demissionair kabinet kan niet vallen. Tenslotte hebben alle ministers hun ontslag al ingediend. Wel kunnen ministers besluiten hun ontslag per direct in te laten gaan, zolang er maar een aantal mensen over blijven om het land te runnen.

Verkiezingen

Als er verkiezingen zijn geweest voor de Tweede Kamer moet er altijd een nieuw kabinet worden gevormd. Dat kan de zelfde partijen bevatten als het vorige, maar dat hoeft absoluut niet. De reden dat na de verkiezingen een nieuw kabinet nodig is, is dat het kabinet in feite in dienst is van de Tweede Kamer (en in mindere mate van de Eerste Kamer). Het zijn de verhoudingen in de Tweede Kamer die bepalen welke partijen samen kunnen regeren. Om te kunnen regeren heeft het kabinet het vertrouwen nodig van een meerderheid van de Tweede Kamer. De samenstelling van de Eerste Kamer wordt overigens wel meegenomen bij het kijken naar mogelijke coalities, aangezien je met een minderheid in de Eerste Kamer je voorstellen niet tot wet kunt maken.

Op de dag na de verkiezingsuitslag bekend is kiezen alle gekozen kamerleden van een bepaalde partij wie hun voorzitter gaat zijn, de fractievoorzitter van die partij. Deze fractievoorzitter kijkt samen met de andere kamerleden naar de uitslag van de verkiezingen en kijkt welke coalities er puur wiskundig gezien mogelijk zijn. Daarna gaan ze overleggen welke coalitie ze in deze omstandigheden een goed idee lijkt. Vervolgens start wat men wel de formatie noemt.

Formatie

De eerste stap van de formatie is dat de Koningin op de dagen na de verkiezingen bezoek krijgt van haar adviseurs. Dat zijn de voorzitter van de oude Tweede Kamer (er is nog geen voorzitter gekozen voor d nieuwgekozen Kamer), de voorzitter van de Eerste Kamer en de vice-voorzitter van de Raad van State. Deze drie adviseren haar wat er, op grond van de verkiezingsuitslagen, voor mogelijkheden zijn om tot een nieuw kabinet te komen. Daarna komen één voor één de nieuwgekozen fractievoorzitters langs. Eerst die van de partij die de meeste zetels heeft gehaald en dan zo in volgorde totdat alle partijen geweest zijn. Zij vertellen de Koningin wat hen de meest haalbare coalitie lijkt en waarom. Daarbij zijn ze realistisch - ook al zou een partij als de SGP met drie van de 150 zetels in de Kamer best willen regeren, het advies aan Hare Majesteit zal zijn om te kijken naar een coalitie met een aantal van de grootste partijen.

De tweede stap in de formatie is dat de koningin een informateur benoemt. Dat is iemand die gaat praten met de verschillende partijen om te onderzoeken of het mogelijk is om tot een bepaalde coalitie te komen. Meestal is dat een oud-politicus of een bestuurder namens een partij die wel veel ervaring heeft maar op het moment niet in de spotlights staat. Deze man (of vrouw natuurlijk) krijgt een opdracht mee van de koningin. Die opdracht maakt ze ook openbaar. Een voorbeeld van zo'n opdracht is 'de mogelijkheid om te komen tot een kabinet tussen het CDA, de SP en de PvdA dat kan rekenen op een meerderheid van de Kamer te onderzoeken.' Het benoemen van een informateur hoort bij de taak van de koningin als Staatshoofd, maar in tegenstelling tot vrijwel alle andere taken is zij vrij haar keuze te maken. Er is niemand die haar tegen kan houden als ze een idioot of een misdadiger zou benoemen, of wanneer ze een andere coalitie laat onderzoeken dan haar geadviseerd is. Er wordt dan ook wel gezegd dat de koningin in dit proces te veel macht heeft. In praktijk is het echter zo dat de koningin de adviezen van de fractievoorzitters altijd opvolgt. Dat weten we omdat de fractievoorzitters meestal gelijk aan de pers zeggen wat ze geadviseerd hebben.

De derde stap is dat de informateur aan het werk gaat. Hij praat met de partijen die in zijn opdracht staan genoemd en vergelijkt hun verkiezingsprogramma's. Vervolgens informeert hij bij hen op welke punten ze bereid zouden zijn water bij de wijn te doen. Wanneer hij een paar keer met de partijen los heeft gesproken en hij goede hoop heeft dat het kan lukken heeft hij gesprekken met alle partijen samen. Hier leidt hij onderhandelingen tussen de partijen en doet voorstellen om tot een compromis te komen waar dat nodig is. Als het goed is blijft de informateur hierbij zo neutraal mogelijk tussen de partijen. Toch is hij altijd lid van een van deze partijen, meestal de grootste. Deze stap eindigt wanneer de informateur denkt dat het niet mogelijk is om een kabinet te vormen, of wanneer de onderhandelingen eindigen in een regeerakkoord. Een regeerakkoord is een document waarin de belangrijkste punten van overeenstemming staan tussen de verschillende partijen. Er staat in wat ze de komende jaren in ieder geval willen doen en wat ze in ieder geval niet willen doen. Niet alles wat er gaat gebeuren is natuurlijk voorspelbaar, dus er zullen altijd dingen zijn buiten het regeerakkoord waar de partijen het over eens moeten worden. Maar de dingen waar de grootste onenigheid over was in de verkiezingen staan meestal wel in het akkoord. Zo gaf de PvdA in het regeerakkoord voor Balkenende IV het recht op om een parlementaire enquete te houden over de manier waarop Nederland de oorlog in Irak ingegaan is, gaf het CDA toe dat er iets moest veranderen aan de manier waarop de AOW in elkaar zit en kreeg de ChristenUnie voor elkaar dat gemeenteambtenaren die daar bezwaar tegen hadden geen homohuwelijken hoefden af te sluiten. Het zijn overigens de fractievoorzitters van de partijen in de Tweede Kamer die de onderhandelingen voeren, vaak geholpen door andere fractieleden. Voor er een kabinet kan komen stemmen de fracties intern of ze achter het regeerakkoord staan of niet. Zo ja, dan zet de fractievoorzitter zijn/haar handtekening er onder.

De vierde stap in de formatie is het rapport dat de informateur uitbrengt aan de koningin. Hij vertelt haar of er inderdaad een kabinet gevormd kan worden. Zo ja, dan gaan we naar stap vijf. Zo nee, dan benoemt de koningin een nieuwe informateur met een nieuwe opdracht.

Stap vijf is dat de koningin een formateur benoemd. Er wordt dan ook wel onderscheid gemaakt tussen de vorige stappen, de informatie, en de komende, de echte formatie van het kabinet. De informateur is over het algemeen de toekomstige premier, dus de lijsttrekker van de vorige verkiezingen voor de grootste partij van de beoogde coalitie. Dat hoeft niet de leider van de grootste partij in de Kamer te zijn. Toen Kok zijn eerste 'Paarse' kabinet vormde bleef het CDA als grootste partij buitenspel staan.

De zesde stap is waar de formateur zijn werk begint. Er ligt al een regeerakkoord, nu moet er nog overeenstemming komen over wie er minister worden. Dat is nog een heel gegoochel, omdat er tegelijk een goede machtsverhouding tussen de partijen moet ontstaan qua posten, er partijprominenten een leuke baan gegeven moet worden en er een groep moet ontstaan die kan regeren zonder vechtend over straat te rollen. En dan staat het ook nog goed om een mooie man-vrouw verhouding te hebben en mensen van verschillende ethnische achtergronden, niet allemaal uit het zuiden of uit de randstad, niet te oud en niet te jong. Het is een ingewikkelde puzzel waar het ook voor de analisten niet te voorspellen is wat de uitkomst wordt. Het zijn wederom de fractievoorzitters van de Tweede Kamer die de besluiten nemen. Dat gebeurt in het diepste geheim. Een kandidaat die gepolst wordt door de telefoon mag niets zeggen, een partij-prominent die een telefoontje verwachtte maar het maar niet krijgt mag zich niet in de media beklagen. Tenslotte moet met alle kandidaten die de goedkeuring krijgen van de partijen nog een ollicitatiegesprek gevoerd worden door de formateur. Dat bestaat uit twee onderdelen. Allereerst worden er zogenaamde 'geloofsbrieven' overlegd. Dat zijn natuurlijk een Nederlands paspoort, eventuele andere paspoorten, diploma's, lijsten met nevenfuncties, aanbevelingsbrieven en dergelijke. Het belangrijkste daarbij is een verklaring van goed gedrag, waarvoor de AIVD de kandidaat onderzoekt. Tenslotte wil je niet dat er later nog iets boven tafel komt dat niet door de beugel kan. Daarnaast is het gesprek ook bedoeld om elkaar te leren kennen. De formateur is straks d premier en dan moet je wel een beetje met alkaar overweg kunnen. Het belangrijkste is echter dat de kandidaat-minister zich ook kan vinden in de functie en bevoegdheden die hij/zij krijgt en in het regeerakkoord. De toekomstige minister moet tenslotte dat akkoord uitvoeren en is medeverantwoordelijk voor het hele beleid, niet alleen zijn/haar eigen stukje.

De zevende stap is het rapport van de formateur aan de koningin. Hij brengt verslag uit en wordt direct daarna benoemd tot premier. Ook de contracten van de ministers en staatsecretarissen die hij heeft uitgekozen worden ondertekend door de koningin. Naar alle waarschijnlijkheid krijgt hij ook nog wat goed advies mee, maar aangezien al dit soort gesprekken geheim zijn weten we niet wat. Vanaf dit moment is er een nieuw kabinet. De kersverse premier heeft nog een ding te doen.

De premier neemt de verantwoordelijkheid op zich van de afgelopen informatie en formatie. Hoewel de koningin naar eigen goeddunken heeft gehandeld, neemt hij nu de verantwoordelijkheid op zich. Voor de formatie en de geslaagde informatie is dat enigszins logisch, aangezien hij daar nu in de Kamers verslag van gaat doen. In een debat 'met de formateur' gaat het over de procedure er voor, maar toch vooral over het regeerakkoord en de nieuw aangetreden ministersploeg.

Kritiek op de formatie

Bij de afgelopen formatie (van Balkenende IV) was er eerst een mislukte informatiepoging geweest met als doel een kabinet met CDA, PvdA en SP. De Kamer wilde graag over die mislukte poging debatteren, maar kon dat niet omdat er niemand was die er verantwoording over hoefde af te leggen in de Kamer. Dat is natuurlijk raar.

Omdat er pas achteraf iemand de verantwoordelijkheid op zich neemt kan de koningin in de formatie een grote rol spelen. Omdat gesprekken met de koningin in principe geheim blijven weten we niet precies hoe groot die rol is en hoeveel invloed ze uit kan oefenen. Zelfs als ze in praktijk geen misbruik maakt van die macht is er de kans dat het ooit in de toekomst wel gebeurt.

Er is wel voorgesteld om na de verkiezingen een informateur, of zelfs direct een formateur, te laten benoemen door de Tweede Kamer. De eerste keer dat dit geprobeerd werd, bleek het direct onmogelijk te zijn om overeenstemming te krijgen. Daarnaast wordt er ook wel gezegd dat de manier waarop de formatie nu gaat, schimmig en in achterkamertjes, de enige manier is om in een stelsel met veel partijen aan een coalitie te komen. In de openheid is het veel moeilijker om af te stappen van je verkiezingsprogramma om een compromis te sluiten, is het moeilijker om dingen tegen elkaar weg te laten vallen en kun je bovendien groot gezichtsverlies leiden als een formatiepoging mislukt. Vrijwel geen enkele politicus wil zijn carrière hiervoor zo op het spel zetten.