Mars, de vierde planeet vanaf de zon, staat tussen de aarde en Jupiter in en is al sinds de oudheid bekend. Zo werd de planeet al beschreven door de Griekse wetenschapper Aristoteles, die leefde in de vierde eeuw voor onze jaartelling. Hij was getuige van de verduistering van Mars door de maan, waaruit hij in tegenstelling tot de heersende gedachte concludeerde dat Mars verder van de aarde vandaan stond dan de maan. In 1590 werd Mars verduisterd door Venus, hetgeen beschreven is door de Duitse astronoom Michael Maestlin. Hoewel Mars met het blote oog te zien is, moest men in die eeuwen maar gissen naar de karakteristieken van de planeet, die overigens eerder donkergeel van kleur is. In de zeventiende eeuw begon dit langzaam aan te veranderen. Galileo Galilei bekeek Mars door een telescoop, de astronoom Cassini ontdekte de poolkappen op Mars en Christiaan Huygens maakte de eerste kaart van de planeet. Naarmate de telescopen sterker werden werd steeds meer onthuld over het Marsoppervlak, of althans, dat dacht men. Angelo Secchi ontdekte in 1858 een soort van geulen, “canali”, volgens sommigen het ultieme bewijs voor een ontwikkelde beschaving. In de twintigste eeuw werden de telescopen beter en bestudeerde men de veranderingen van de poolkappen en van de grote donkere gebieden, waarvan werd aangenomen dat het vegetatie was. Van de canali was niets meer te bekennen, maar desondanks verschenen er tot in de zestiger jaren serieuze wetenschappelijke publicaties over het leven op Mars. Vanaf 1960 wordt de planeet verkend door ruimtesondes, die vanuit een baan om de planeet gedetailleerde foto's maakten. Daarnaast zijn er ook enkele robotachtige karretjes op de planeet geland, die ter plekke onderzoek doen en foto's van het oppervlakte maken. Twee Mars Exploration Rovers, gelanceerd in 2004, reden 5 jaar later nog steeds rond en verzamelden een schat aan informatie. Onder andere zorgden zij voor nieuwe bewijzen voor de aanwezigheid van water op Mars in het verleden, terwijl vrij recent bleek dat er ook nog steeds water op de planeet te vinden is. Mars is ongeveer de helft kleiner dan de aarde en heeft een heel dunne atmosfeer, bestaande uit koolstofdioxide, aangevuld met veel kleinere hoeveelheden stikstof, argon, koolstofmonoxide, waterdamp en zelfs een klein beetje zuurstof. Vermoedelijk is de atmosfeer in het verleden dikker geweest maar omdat Mars geen magnetisch veld heeft, verdwijnen er voortdurend moleculen in de ruimte.
Men gaat ervan uit dat Mars een kern heeft van ijzer, zwavel en nikkel. Hieromheen bevindt zich een vaste mantel van ijzer- en magnesiumsilicaten, die vroeger waarschijnlijk heeft gezorgd voor de vulkanische activiteit op de planeet. Ook de korst, die zo'n 50 kilometer dik is, bestaat uit ijzer- en magnesiumsilicaten. De rossige kleur van het oppervlak wordt veroorzaakt door ijzeroxide in de vorm van roest of het mineraal hematiet.
Het oppervlak van Mars is zeer gevarieerd, er zijn gebieden met inslagkraters die lijken op onze maan, maar Mars biedt ook totaal andere landschappen. Er zijn honderden korte en langere valleien, die eruit zien alsof ze ooit door vloeistof gevormd zijn. Rond de evenaar is een gebied bezaaid is met enorme vulkanen. Van de uitgedoofde vulkaan Olympus Mons gaat men uit dat het de hoogste berg van ons zonnestelsel is. Ook heeft Mars duidelijk herkenbare poolkappen. In 2003 werd er water in de vorm van ijs en waterdamp ontdekt, en vijf jaar later ook vloeibaar water. Omdat Mars verder van de zon afstaat dan de aarde, duurt een jaar er bijna twee keer zo lang als op aarde. De hoek van het baanvlak en de rotatie-as van de planeet is vergelijkbaar de aarde, waardoor ook Mars verschillende seizoenen kent. Deze zijn, net als het jaar, bijna twee keer zo lang als op aarde. De dag, de tijd die Mars nodig heeft om rond zijn eigen as te draaien is wel weer bijna gelijk aan een aardse dag. Ook het klimaat wijkt, vergeleken met andere planeten, niet zo heel veel af van onze planeet. Dit alles leidde tot de wilde plannen om Mars te koloniseren als de aarde in de toekomst onleefbaar is geworden. Wel kan het er flink stormen, waarbij de stormen soms de gehele planeet beslaan. Ook komen kleinere cyclonen en tornado's voor. Het vele stof dat daarbij opwaait is mogelijk de verklaring voor de veranderlijke en tegenstrijdige waarnemingen, die in het verleden gedaan zijn met behulp van telescopen vanaf de aarde.
Tot slot heeft de planeet twee manen, die er dicht omheen draaien. Phobos en Deimos werden genoemd naar de mythologische zonen van Ares, de Griekse voorganger van Mars, en Aphrodite. Van deze kleine, aardappel-vormige stukken steen neemt men aan dat het ingevangen planetoïden zijn.

Leven op Mars
Nadat Giovanni Schiaparelli aan het eind van de negentiende eeuw een Marskaart maakte, met daarop de eerder ontdekte geulen, nam het geloof in een intelligente Mars-bevolking een grote vlucht. Hoewel zij later een optische illusie bleken te zijn, zorgde de ongelukkige vertaling van canali in “kanalen” tot de veronderstelling van een beschaving op Mars. Vooral in de Verenigde Staten woedde een ware “Mars fever”, waarbij wetenschappers signalen hoopten op te vangen van de planeet en de media dit verder opklopte (what's new?). In de literatuur kreeg het science fiction genre mede door de Mars-koorts een geweldige boost. Denk maar aan de klassieker “The War of the Worlds” van H.G. Wells uit 1906. Toen dit verhaal over de invasie van de aarde door Marsbewoners in 1938 als hoorspel op de radio kwam, meenden veel luisteraars dat er werkelijk sprake was van een invasie.
De gedetailleerde beelden van het Marsoppervlak, die de sondes en robotwagentjes naar de aarde zonden, maakten een eind aan deze moderne mythen. Mars bleek een lege, dode wereld zonder kanalen of geavanceerde beschaving. Toch is het niet met zekerheid te zeggen of er wel of geen leven op Mars is, of is geweest. De wetenschap gaat vooral uit van aardse levensvormen en het is duidelijk dat de omstandigheden op Mars anders zijn. Overigens worden ook op aarde nog steeds nieuwe levensvormen ontdekt, die zich niets aantrekken van de veronderstelde voorwaarden voor leven. Wellicht dat ooit de gevleugelde uitspraak van Mr. Spock van toepassing blijkt: “It's life, Jim, but not as we know it.”

De symboliek van Mars
In veel culturen werd de rode planeet genoemd naar goden van vuur en oorlog, zoals bij de Babyloniërs en de oude Grieken, waar hij Ares heette, de voorganger van de Romeinse god Mars. De Egyptenaren noemde de planeet “Rode Horus” en in Aziatische culturen wordt de planeet vooral geassocieerd met het element vuur. Nog steeds wordt de planeet genoemd naar de Romeinse god Mars, en in de astrologie wordt zijn symbool gebruikt, een schild en speer, tevens het biologische symbool voor het mannelijke geslacht. De energie van Mars staat voor actie, daadkracht, natuurlijke agressie, assertiviteit en de mannelijke kant van je persoonlijkheid. De kleur van Mars is, hoe kan het ook anders, rood en het bijbehorende metaal ijzer. Scherpe voorwerpen en natuurlijk wapens en oorlogstuig horen bij Mars. Dit alles klinkt misschien wat primitief en agressief, maar ook in de moderne beschaving is de energie van Mars nodig als actief beginsel, als impuls om te handelen. In de natuur wordt Mars geassocieerd met vuur en vulkanen, planten met doornen en dieren met scherpe klauwen en snavels, die niet vies zijn van een stukje rood vlees. In de westerse astrologie hoort hij bij het sterrenbeeld Ram en vroeger ook bij Schorpioen.