Artikeltjes - http://www.artikeltjes.com
Wat betekent het als je links of rechts bent?
http://www.artikeltjes.com/artikeltjes/193/1/Wat-betekent-het-als-je-links-of-rechts-bent/Page1.html
Door Marieke Vos
Gepubliceerd op 25/11/08
 
Op het journaal spreken ze vaak over een ''linkse politicus'' of een ''rechtse partij,'' maar wat betekenen die termen eigenlijk? In dit artikel wil ik uitleggen dat er twee verschillende vormen van ''links'' en ''rechts'' zijn die we in de politiek tegenkomen in Nederland: sociaal-economisch links en rechts en moreel-ethisch links en rechts. En natuurlijk wat die twee links-rechts verdelingen betekenen. En wat het betekent als je niet links of rechts bent, maar midden.

De termen 'links' en 'rechts' worden op televisie vaak gebruikt om iets te zeggen over een politieke partij of een persoon. Maar wat betekent links of rechts zijn? En hoe kom je er achter wat je zelf bent? In dit artikel zal ik uitleggen wat links en rechts betekenen. In het artikel "Ben ik links of rechts?" zal ik bovendien een klein testje geven dat je inzicht geeft in je eigen politieke plek op de links-rechts lijnen. Voor wie wil weten of de politieke partijen die op dit moment in de Tweede Kamer zitten links of rechts te noemen zijn is er bovendien het artikel "Is deze partij links of rechts?"

Ontstaan van de termen links en rechts

In de meeste volksvertegenwoordigingen, ook in ons Nederlandse parlement, zit vooraan een voorzitter. Politici die het vaak met elkaar eens waren gingen bij elkaar zitten in de rijen banken of stoelen tegenover de voorzitter. Er waren toen nog geen officiële partijen, maar wel een soort indeling: degenen die links van de voorzitter zaten en degenen die rechts van de voorzitter zaten. In elk land hadden 'links' en 'rechts' dan ook een andere betekenis, al naar gelang wie er meestal waar ging zitten.

In Nederland zaten rechts van de voorzitter de confessionelen, dat wil zeggen de politici die het christendom heel belangrijk vonden in de politiek. Nu zou je hen christen-democraten noemen. Links zaten de kamerleden die wat minder streng vasthielden aan de bijbel als leidraad in de politiek. De indeling confessioneel-niet confessioneel bestaat nog steeds, denk maar aan het Christen Democratisch Appèl, de ChristenUnie en de Staatskundig Gereformeerde Partij. Maar de betekenis links-rechts is wel veranderd.

Twee links-rechts verdelingen: economisch en moreel

Eigenlijk kun je in Nederland niet zeggen dat een partij als geheel links of rechts is. In plaats van een enkele verdeling in links, midden en rechts zijn er twee lijnen waarop je een partij kunt plaatsen. De meest bekende daarvan is de (sociaal-)economische links-rechts lijn. Deze lijn verdeeld grofweg socialisten en liberalen als het gaat om hoe de rijkdom in de wereld verdeeld zou moeten zijn. Deze lijn, waarop vrijwel alle politieke partijen te plaatsen zijn, heb je in bijna alle westerse landen. In Engeland is het bijvoorbeeld de dominerende scheidslijn, die de Labour party (links) en de Conservative party van elkaar scheidt. Maar het is niet de enige lijn. Twee partijen die economisch gezien dicht bij elkaar staan kunnen enorm van mening verschillen over andere zaken. De tweede links-rechts verdeling gaat dan ook uitdrukkelijk niet over geld, inkomen, het verdelen van rijkdom en de gevolgen van verschillen, maar over morele vraagstukken. Overal waar waarden en normen een rol spelen, euthanasie, abortus, homo-huwelijk maar ook privacy, vrijheid van meningsuiting, conflicten tussen mensen met verschillende geloofsovertuigingen, komt de tweede links-rechtslijn aan het licht. In Amerika is op dit moment de economische links-rechts lijn te zien door de verschillende reacties op de kredietcrisis van de Democraten en de Republikeinen. Toch is vooral ook de tweede links-rechts lijn in dat land erg belangrijk, de doodstraf, abortus, wapengebruik, acceptatie van kleurlingen, acceptatie van homosexualiteit, evolutie en creationisme, het zijn allemaal onderwerpen waar in de campagne grote aandacht werd besteed. In Amerika, met maar twee partijen, vallen de beide lijnen meestal samen met de partijlijnen. In Nederland hebben alle partijen twee posities, sommige zijn in beide links, of in beide rechts, maar andere zijn bijvoorbeeld links-rechts of rechts-midden. Laat ik daarom de beide links-rechtslijnen apart behandelen.

De sociaal-economische links-rechts lijn - Overheid of markt

Sociaal-economische zaken zijn alle onderwerpen die te maken hebben met inkomen en de verdeling daarvan in de samenleving. Omdat een verschil in inkomen ook verschillen kunnen betekenen voor je sociale leven, zoals de keuze die je hebt waar je wilt wonen, wat voor opleiding je volgt, hoe vaak je uit eten kunt enzovoorts, spreken we niet alleen van economische zaken, maar van sociaal-economische zaken.


Aan de linker kant van deze links-rechts lijn vinden we partijen en politici die weinig vertrouwen hebben in de vrije markt. Volgens hen worden in een vrije markt verschillen in inkomen tussen mensen niet bepaald door wat ze er voor doen, maar door de kansen die ze hebben gekregen. Arme kinderen hebben minder kansen en zullen dus een slechtere baan krijgen, die minder betaalt, waardoor hun kinderen het ook weer slecht zullen hebben. Omdat ze dat als oneerlijk zien stellen ze hun vertrouwen in de overheid. De overheid zou moeten ingrijpen in de markt om de grootste ongelijkheden er uit te halen. Dat kan op allerlei manieren, bijvoorbeeld door subsidies, gratis onderwijs, belastingen op hogere inkomens, minimumlonen, uitkeringen voor mensen die geen werk kunnen vinden enzovoorts.


Aan de rechterkant van deze lijn vind je partijen die weinig vertrouwen hebben in de overheid. Zij zien de overheid als een log apparaat dat de mensen net zo vaak in de weg staat bij het verbeteren van hun leven als dat het ze helpt. Zij stellen hun vertrouwen juist in de markt. Iedereen heeft zijn eigen capaciteiten, de een is slim, de ander commercieel, een ander goed in het verzorgen van mensen. Zo lang niets in de weg staat van het ontplooien van die activiteiten krijgt iedereen precies voor zijn werk wat anderen daar voor over hebben. Als een arts meer verdient dan een verpleegkundige, dan komt dat omdat hij er hard voor heeft gewerkt. Als een arts minder verdient dan een computerdeskundige, dan hebben we misschien te veel artsen. Zodra er artsen zich om laten scholen en er een tekort ontstaat gaat de prijs wel weer omhoog. Alleen in uiterste instantie, in noodgevallen, zou de overheid moeten ingrijpen in de markt.


Natuurlijk zijn er naast de twee extremen links en rechts tal van grijstinten. De meeste partijen in Nederland vallen in dat gebied. Je moet links en rechts dan ook zien als relatief. Vrijwel alle Nederlandse partijen, inclusief de VVD, zouden in Amerika links genoemd worden op deze links-rechtslijn. In China zouden alle partijen als rechts gezien worden. Een 'rechtse' partij in Nederland zal dan ook de uitkeringen niet willen afschaffen, net zo min als een 'linkse' partij alle bedrijven in handen zal geven van de overheid.


Naast links en rechts is er ook nog het midden. In Nederland kun je zeggen dat er twee soorten mensen tussen links en rechts in zitten op de sociaal-economische links-rechtslijn. De eerste zijn partijen die in markt en overheid ongeveer even veel vertrouwen hebben en gewoon tussen de twee in zitten. Maar er zijn ook mensen die hun vertrouwen liever stellen in een derde partij, in groepen mensen die voor elkaar zorgen. Of iemand kan rondkomen en een goed leven kan leiden van het geld dat hij verdient is volgens mensen die hier links genoemd worden uiteindelijk een zaak van de overheid. Voor iemand die rechts genoemd wordt is het een zaak van hemzelf en niemand anders. Maar de (meestal christelijke) mens in het midden zal zeggen dat het de verantwoordelijkheid is van zijn familie en directe omgeving. Pas als de directe omgeving faalt zou de overheid moeten ingrijpen. Onder die directe omgeving vallen kerken, buurthuizen, familieleden, woningbouwverenigingen, sportclubs enzovoorts.


Laat ik deze links-rechtslijn samenvatten in twee voorbeelden. Stel dat een gezin te weinig inkomen heeft om de kinderen op een sport te doen. De linkse politicus op de sociaal-economische lijn zou zeggen: de overheid zou dit gezin moeten ondersteunen, zodat de kinderen net als hun leeftijdgenoten met rijkere ouders zouden kunnen bewegen en andere kinderen leren kennen. De rechtse politicus zou zeggen dat de ouders dan maar een betere baan moeten zoeken, meer uren moeten werken, of anders een gratis manier vinden om hun kinderen te laten bewegen en kennissen op te doen, zoals buiten spelen. De politicus uit het christelijke midden zou zeggen dat de lokale sportclub de kinderen zou moeten aannemen tegen een lagere prijs, misschien door een plaatselijke sponsor voor de kinderen te zoeken.


Het tweede voorbeeld, de (huidige) kredietcrisis. Een sociaal-economisch gezien rechtse politicus zal de crisis zien als een tijdelijke tegenslag. Er is iets grondig mis gegaan op de markt en de overheid zal nu wellicht moeten ingrijpen. De nationalisatie van Fortis was nu nodig, maar zodra dat kan moeten de aandelen weer verkocht worden en de markt zijn gang weer gaan. Geld uitlenen is tenslotte geen taak van de overheid. Een politicus uit het christelijke midden ziet de maatregelen ook als tijdelijk. Hij of zij zou echter graag zien dat het systeem ook wordt aangepast om herhaling te voorkomen. Kleinschalige, lokale banken, die nog verantwoordelijkheidsgevoel hebben ten opzichte van hun klanten zou hun ideaal zijn. De linkse politicus ziet in het falen van de kredietmarkt een bewijs dat de markt niet te vertrouwen is met belangrijke zaken als het spaargeld van burgers en het inkomen van werknemers. Nationalisatie van banken, zodat de overheid de boel kan regelen, is hun ideale oplossing. Misschien is het zelfs beter om het in de toekomst zo te houden en een flink deel van de aandelen vast te houden zodat de overheid altijd een vinger in de pap blijft houden.


De moreel-ethische links rechts lijn - individu of groep

Bij de morele links-rechts lijn moet je denken aan zaken die te maken hebben met wat mensen belangrijke principes vinden in hun leven. Vaak gaat het dan om zaken die te maken hebben met ethiek, vandaar dat je het ook de moreel-ethische links-rechts lijn kunt noemen. Het heeft over het algemeen te maken met normen en waarden. Iets wat iemand erg belangrijk vindt en zichzelf als doel stelt, maar dat niet materieel is, wordt wel een waarde genoemd. Zo'n waarde is bijvoorbeeld gelukkig zijn, veiligheid, vrijheid, gelijkheid, eerlijkheid, maar ook dingen als gehoorzaamheid aan autoriteit of originaliteit kun je als waarde aanmerken. Niet iedereen heeft dezelfde waarden, maar er zijn er veel die we allemaal hebben - wie is er in Nederland nu tegen vrijheid, veiligheid, gelijkheid, eerlijkheid en gelukkig zijn? Toch bieden ook de waarden die we allemaal delen nogal wat verschillende interpretatiemogelijkheden. Dat zie je bijvoorbeeld wanneer je vraagt wat eerlijk zijn precies is. De een zal zeggen 'niet liegen' terwijl de ander zal zeggen 'altijd alles eerlijk vertellen.' Wanneer de eerste vervolgens iets bewust niet vertelt beschouwt die zichzelf als eerlijk. Toch zal de tweede kwaad zijn als die er later achter komt. De precieze interpretatie van een waarde in leefregels noem je normen. Als je spreekt over normen en waarden heb je het dus over de leefregels die voortkomen uit wat wij belangrijk vinden. In de politiek is er vooral verschil van mening wanneer er een conflict is tussen verschillende waarden (en/of normen).

Dat zie je bijvoorbeeld bij het homohuwelijk: moet de vrijheid en gelijke behandeling van homosexuele stellen de voorkeur krijgen, of moet de traditie van het huwelijk zoals we dat altijd kenden zwaarder wegen? En mag de politie iedereen afluisteren als de veiligheid van Nederland in gevaar is, of is de privacy van de burger belangrijker? Mag de overheid burgers beschermen tegen de gevolgen van meeroken door roken te verbieden, of zou de vrijheid om zelf te besluiten wat je toelaat in je eigen kroeg zwaarder moeten wegen? Veel politieke afwegingen hebben te maken met dit soort afwegingen. Hoe die afwegingen bij een partij uitvallen bepaalt hun positie op de morele links-rechts lijn.

Aan het linker uiteinde van de lijn staan de partijen die de vrijheid van het individu boven alles stellen. Traditie, wat de buren er van zeggen, godsdienstige geboden en dergelijke zijn minder belangrijk dan de vrijheid van het individu om een eigen keuze te maken. Zolang een keuze van mij om iets te doen de keuze van anderen niet beperkt, dus zolang je er niemand mee schaadt, zou je moeten kunnen doen wat je wilt. Bij het homohuwelijk zou dat betekenen dat twee mensen van het zelfde geslacht zouden moeten kunnen trouwen, want er is niemand die er last van heeft, of daardoor zelf niet meer zou kunnen trouwen.


Aan de rechterkant van deze links-rechts lijn staan partijen die de waarden van de groep voorrang geven boven de vrijheid van het individu. Dat kan bijvoorbeeld zijn omdat ze vinden dat er een hogere macht is die gehoorzaamd moet worden, zoals bij de christen-democraten, maar dat hoeft niet. Een conservatieve partij kan bijvoorbeeld vinden dat de samenleving koste wat kost stabiel moet blijven omdat er anders anarchie uit zou breken. Tradities, nationale gebruiken en wat de meerderheid als normaal beschouwt houden de samenleving bij elkaar en daarvoor moet soms de vrijheid van het individu opgeofferd worden. Ook een nationalistische partij kan rechts zijn, in dat geval is het omdat de waarden en normen die volgens hen bij ons land horen boven 'vreemde' waarden en normen gesteld moeten worden.


Ook bij deze links-rechts lijn zitten in praktijk de meeste mensen en de meeste partijen niet op de extremen links en rechts maar ergens tussenin. Omdat de andere links-rechts lijn in het verleden een grotere invloed heeft gehad op het ontstaan van politieke partijen zijn er zelfs partijen die intern verdeeld zijn en moeilijk te plaatsen zijn op deze lijn. Zo is de VVD sterk verdeeld tussen een liberale vleugel, die op deze lijn links te noemen is omdat persoonlijke vrijheid het belangrijkste is, en een conservatieve vleugel die juist rechts te noemen is en bijvoorbeeld steun gaf aan anti-terreurmaatregelen die de privacy aantasten. Ook de PvdA is moeilijk in te delen. Voor een indeling van alle politieke partijen die op dit moment in de Tweede Kamer zitten op de twee links-rechtslijnen, plus een uitleg per partij, zie het artikel "Zijn deze partijen links of rechts?"