Het Oost-Vlaamse Gent is een gezellige en historisch goed geconserveerde stad, die een uitstekende bestemming vormt voor een stedenreis. In het compacte, historische centrum zie je Middeleeuwse gildenhuizen en een kasteel, mooie kerken en andere, goed bewaard gebleven gebouwen. Het historische centrum is voor een groot deel autovrij en leent zich dus prima voor stadswandelingen. De terrassen op de sfeervolle pleinen en grachten nodigen uit tot uitrusten met een pintje of een flesje wijn en uiteraard kun je heerlijk eten in Gent. Tegen dit Middeleeuwse decor is het tegelijkertijd een moderne studentenstad, zodat het uitgaansleven eveneens goed op peil is. Een bijzondere ervaring is het om de stad vanaf het water te leren kennen, op een rondvaartboot of in kleinere, individuele bootjes. Al met al is Gent een prachtige en veelzijdige bestemming. Deze overmaat aan cultuur, geschiedenis en gezelligheid vind je ook nog eens verrassend dichtbij huis. Hierna volgt een beperkte greep uit het overweldigende aanbod aan interessante bezienswaardigheden van Gent.

Gotiek rondom het Sint Baafsplein
Het Sint Baafsplein is een rechthoekig plein, dat veel gebruikt wordt voor evenementen, zoals de Gentse Feesten. Eromheen en in de buurt staan tal van interessante Gotische gebouwen. Te beginnen met de Sint Baafskathedraal. Op deze plek stond al in de tiende eeuw een kerk, die in de twaalfde eeuw vervangen werd door een Romaanse kerk. Deze werd vervolgens in de veertiende en vijftiende eeuw geleidelijk aan vervangen door de huidige Gotische kerk. Toen Gent in 1559 door een kerkelijke reorganisatie een bisdom werd, kreeg de Sint Baafskerk de functie van kathedraal. De kathedraal bevat een aantal kostbare kunstschatten, met als topstuk het veelluik “De Aanbidding van het Lam Gods” van Jan Van Eyk. Vlakbij staat de veertiende eeuwse Belforttoren. De bijna honderd meter hoge toren was het symbool van de macht en welvaart van het Middeleeuwse Gent en ook de stadsrechten werden erin bewaard. Je kunt de beiaard en het klokkenmuseum bovenin bezoeken, waar je bovendien een prachtig uitzicht hebt over het centrum. De Sint Niklaaskerk had, net als de Sint Baafskathedraal, een Romaanse voorganger. Aan het begin van de dertiende eeuw werd de huidige kerk gebouwd in de stijl van de Scheldegotiek. De drie bovengenoemde gebouwen samen vormen overigens de beroemde en veel gefotografeerde Gentse torenrij.
Het indrukwekkende Stadhuis is maar voor een deel Gotisch. De basis voor het gemeentehuis werd al rond 1300 gelegd, maar in de loop der eeuwen is het telkens verbouwd en uitgebreid. De oudste vleugel werd aan het begin van de zestiende eeuw gebouwd in flamboyante laat-Gotische stijl en de nieuwste, grotere vleugel zo'n honderd jaar later in een sobere Renaissance-stijl. Het interieur is al even divers en is in de zomermaanden te bekijken onder begeleiding van een gids.
De Lakenhalle herinnert aan de gouden tijden van Gent als centrum van de lakenhandel. Hier werd de stof gekeurd en verhandeld. In 1425 begon men met de bouw van deze enorme hal, maar vijftien jaar later werd het werk al stopgezet vanwege een crisis in de lakenhandel. Het onvoltooide gebouw is voor van alles en nog wat gebruikt en uiteindelijk pas in 1903 voltooid. Het heeft nu een toeristische bestemming, met onder andere een informatiekantoor.
Dan zijn er nog de Kleine Sikkel, of Achtersikkel en de Grote Sikkel. Samen vormden zij een gebouwencomplex dat eeuwenlang toebehoorde aan de patriciërsfamilie van der Sickelen. De Kleine Sikkel dateert uit de dertiende eeuw, maar alleen de kelder met gewelven op Romaanse zuilen is nog origineel. In de vorige eeuw is het pand gerestaureerd, waarbij de voorgevel van Doornikse kalksteen gereconstrueerd is. De Grote Sikkel werd gebouwd in 1481 en fungeert tegenwoordig samen met het pand de Zwarte Moor ernaast, als Conservatorium. Tijdens een ingrijpende restauratie werd alles verwijderd dat niet uit de Middeleeuwen en Renaissance dateerde en ervoor in de plaats kwam een grote concertzaal.
De Zwarte Moor en de Witte Moor is een stel bijna identieke huizen met zandstenen trapgevels. Ze dateren uit het laatste kwart van de vijftiende eeuw en zijn rond 1900 ingrijpend gerestaureerd. Gelukkig hebben ze hun symmetrie en oorspronkelijke uiterlijk
behouden. Op de plaats van een Romaanse kerk, die door branden verwoest werd, werd in 1440 gestart met de bouw van de huidige Sint Michielskerk in laat-Gotische stijl. Deze werd pas eeuwen later voltooid, maar toch bleef men de Gotiek trouw terwijl de Renaissance en Barok in zwang kwamen.
Vanaf de Sint Michielsbrug, een stenen boogbrug over de Leie, die werd gebouwd rond 1907, zie je in alle richtingen verschillende monumenten en prachtige vergezichten, zoals de eerder genoemde Gentse torenrij. Naar het noorden kijk je naar de Gras- en de Korenlei met verderop het Gravensteen.
De Graslei en de Korenlei zijn de sfeervolle kaden aan de oevers van de Leie, tussen de Grasbrug en Sint Michielsbrug. In de elfde eeuw bloeide hier de handel van Gent op en werden de beide kaden een soort van haven. De bebouwing dateert nog uit die tijd, al zijn verschillende gebouwen in de achttiende en negentiende eeuw aangepast. Bijzondere monumenten zijn bijvoorbeeld het Gotische Gildenhuis der Vrije Schippers, daterend uit 1531, het eerste Korenmetershuis uit 1435 en het Oude Postkantoor van rond 1900. Op de Korenlei zijn veel historische panden gerelateerd aan de graanhandel en -opslag. Beide kaden zijn beschermd stadsgezicht en vormen een mooie omgeving voor de restaurants en gezellige terrasjes.
Tot slot het Groot Vleeshuis, de voormalige Middeleeuwse overdekte markt en het gildenhuis van de slagers. Het werd gebouwd aan het begin van de vijftiende eeuw en raakte later in onbruik omdat de moderne, decentrale slagerijen in opgang kwamen. Het gebouw is prachtig gerestaureerd en biedt een passende huisvesting voor het promotiecentrum voor Oost-Vlaamse streekproducten, een aanrader voor fijnproevers.

Musea
Behalve historische gebouwen, heeft Gent ook een aantal interessante musea. Terug in de tijd ga je in De School van Toen, een museum gewijd is aan de geschiedenis van het onderwijs, en het Museum Dr. Guislain, waar je een overzicht krijgt van de geschiedenis van de psychiatrie. Ook is er een interessante collectie “outsider”-kunst, gemaakt door kunstenaars met psychische problemen. In het Museum voor de Geschiedenis van de Wetenschappen zie je de historische collectie instrumenten van de Universiteit, die een beeld geven van de ontwikkeling van verschillende wetenschappelijke disciplines. Zo zijn er verzamelingen historische en moderne microscopen en landmeetkundige instrumenten. Over de roerige en interessante geschiedenis van de stad zelf kom je meer te weten in het Stadsmuseum Gent, ook wel STAM genoemd. Die is, samen met het Oudheidkundig Museum van de Bijloke, gehuisvest in de historische Cisterciënzer abdij Bijloke. Ook de historische gebouwen van de Sint Pietersabdij zijn in gebruik als centrum voor kunst en geschiedenis. Er zijn tentoonstellingen in de Kunsthal en kunt je in de abdij laten rondleiden door de virtuele monnik Alison.
Het Museum voor Schone Kunsten werd aan het eind van de achttiende eeuw opgericht en is één van de oudste musea van België. De kunsttempel in neo-Classicistische stijl, gebouwd aan het begin van de twintigste eeuw, heeft wisselende tentoonstellingen met steeds een selectie van ongeveer driehonderd werken uit de collectie. Die bestaat uit schilderijen, tekeningen, beeldhouwwerk en wandtapijten van de Middeleeuwen tot de eerste helft van de twintigste eeuw. Aansluitend is de verzameling van het SMAK, het Stedelijk Museum voor Actuele Kunst, die de periode van na de tweede wereldoorlog tot nu omvat. Naast de vaste collectie, met als topstukken de installatie “Wirtschaftswerte” van Joseph Beuys en het schilderij “Figure Sitting” van Francis Bacon, zijn er regelmatig spraakmakende en spectaculaire tijdelijke tentoonstellingen.
Het Designmuseum van Gent is deels gevestigd in de patriciërswoning De Coninck, waar de collecties uit de zeventiende en achttiende eeuw ondergebracht zijn. Dit betreft vooral meubels, wandschilderijen en -kleden. Het nieuwe gedeelte van het museum bevat onder andere één van de mooiste verzamelingen Art Nouveau-voorwerpen van België. Het accent ligt echter op vormgeving uit de twintigste eeuw, met collecties uit de jaren zeventig en tachtig.
Ook razend interessant is het MIAT, het Museum voor Industriële Archeologie en Textiel. Hier krijg je een goed overzicht van het rijke industriële verleden van Gent, dat zowel in de Middeleeuwen als tijdens de Industriële Revolutie een voortrekkersrol had in de wolproductie. Er staan oude weefmachines, waaronder de “Mule Jenny”, de eerste spinmachine ter wereld.