Een goede voorbereiding is belangrijk voor het maken van een werkstuk. Het begint met het kiezen van een onderwerp daarna kan het echte werk beginnen. Een werkstuk bestaat uit: de titelpagina, inhoudsopgave, inleiding, onderwerp, slot en bronvermelding.

 

De voorbereiding

 

Zoek een voor jouw interessant onderwerp en kijk of er voldoende informatie over te vinden is. Informatie is te vinden:

-         op internet

-         in boeken (bibliotheek)

-         in tijdschriften of kranten

 

Lees alle verzamelde informatie goed door. Om snel de benodigde informatie te vinden typ je trefwoorden in die te maken hebben met het onderwerp waar je informatie over zoekt. Het vinden van de juiste trefwoorden is dus belangrijk.

 

De titel

 

Bedenk een passende titel voor jouw werkstuk en zoek plaatjes of afbeeldingen waarmee je de voorkant mooier kunt maken. Op de voorkant kun je ook je naam, klas, datum en de naam van de docent zetten.

 

Inhoudsopgave

 

Om het werkstuk overzichtelijk te maken verdeel je de informatie in verschillende hoofdstukken. In een inhoudsopgave staan alle pagina’s vermeld met uitzondering van de titelpagina. Door naar de inhoudsopgave te kijken kan iemand in één oogopslag zien welke informatie wordt behandeld en op welke pagina dit staat. De inhoudsopgave moet dus voorin het werkstuk zitten op pagina twee.

 

De inleiding

 

Een inleiding is een kort stukje tekst en vertelt de lezer waar het werkstuk over gaat en welke onderwerpen er aan bod komen.

 

Hoofdstukken

 

Verdeel de informatie in hoofdstukken. Schrijf geen stukken tekst over maar probeer in je eigen woorden uit te leggen waar het over gaat. Het is dus belangrijk dat je ook snapt wat je gelezen hebt anders kun je het niet goed uitleggen. Moeilijke woorden kun je opzoeken in een woordenboek. Laat ook ruimte over om plaatjes en afbeeldingen te kunnen plaatsen.

 

Schrijf niet de hele tekst achter elkaar op maar maak alinea’s. Dit betekent dat als er een ander onderwerp aan bod komt er een regel overgeslagen wordt. Je kunt ook boven elk stukje tekst een kopje plaatsen.

 

Je kunt ook voorbeelden gebruiken om iets uit te leggen. Als je de tekst letterlijk wilt overnemen dan mag dat als het een klein stukje tekst is. Dit stukje tekst moet je tussen aanhalingstekens zetten.

 

Het slot

 

In het slotwoord kun je vertellen wat je geleerd hebt over het onderwerp en hoe je het vond om er aan te werken. Je kunt hier je eigen mening kwijt.

 

Bronvermelding

 

In de bronvermelding moeten alle gebruikte bronnen worden vermeld. Dit kunnen internetpagina’s, boeken en gebruikte kranten en tijdschriften zijn.

 

Tot slot

 

Nu is het werkstuk bijna af. Lees en kijk elke pagina goed na, haal taalfouten eruit en zorg voor een mooie opmaak van de tekst. Dit betekent dat de titel dikker gedrukt staat dan de gewone tekst, kies een passend lettertype, plaats plaatjes erbij, nummer de pagina’s en als je helemaal tevreden bent over het resultaat kun je het werkstuk uitprinten. Doe het werkstuk in een mapje en lever het in.