Een kris (keris) is een dolk, die met de grootste zorg is gemaakt en waaraan mystieke krachten worden toegekend.  De dolk kan recht en puntig (de rustende slang) zijn, maar ook een gegolfde vorm (de bewegende slang) hebben.

De Indonesische kris wordt beschouwd als een heilig voorwerp binnen een familie of een koninkrijk, moet met respect worden behandeld en wordt doorgegeven van vader op zoon.  Het symboliseert gezag en leiderschap. In Indonesië is men van mening dat in een kris een goede of kwade geest in de vorm van een hersenloze schim woont. Een goede geest beschermt tegen onheil en ziekte, terwijl een kwade geest ongeluk brengt.
Een echte kris mag nooit worden gekocht, maar als geschenk te worden gegeven en aangenomen.
Uiteraard zijn er op de markt aldaar ook gewone, toeristische krissen te koop .             

De vervaardiging

Het krislemmet is door een empu (smid) vervaardigd uit een smeedproces van  ijzer, nikkel en staal en heeft een karakteristieke tekening (de Pamor).
De Pamor is pas te zien wanneer de kris gewassen is in citroensap en arsenicum.
Aan het figuratieve handvat is te zien uit welke streek een kris afkomstig is.
De schede bestaat uit een schuit, alsmede een houten onderstuk (candar) en eventueel nog een overtrek (pendok), waarin het lemmet wordt gestoken.
Soms wordt over de schede nog een koperen, gouden of zilveren hoes getrokken, die met bloem- of vogelmotieven is opgesierd.
De empu moet mediteren en vasten om de mystieke boodschap te ontvangen op welk tijdstip, met welke afbeeldingen en uit welk materiaal hij de kris moet smeden.
De vervaardiging van een kris kan dan ook maanden in beslag nemen.
Als de kris eenmaal is gesmeed en geladen, dan dient hij met rituelen te worden omgeven om de magische kracht van de kris te versterken.

 

Draagwijze

Op Java wordt de kris laag op de rug gedragen, op Bali hoog achter op de rug (de greep moet boven de rechterschouder uitsteken) en op Sulawesi op de heup of op de buik.

 

De behandeling van de kris

In Indonesië dient de kris op elke 5e dinsdag van de Javaanse moslimkalender te worden geëerd met offers en reinigingsrituelen. Men gaat er daar vanuit dat de kris bezield is en dus moet eten en drinken als elk levend wezen.  Voldoet de eigenaar niet aan de voorgeschreven rituelen, dan wordt  - volgens de verhalen - de kris wakker en zal de eigenaar tijdens zijn slaap van het leven worden beroofd.

Men is van mening dat de kris een eigen wil heeft.  Er gaan verhalen over krissen die aan de wandel gaan, die rammelen of zomaar uit hun schede springen, waarna een gebeurtenis plaatsvindt als een ongeluk of overlijden. Ook mag men nooit de punt van het blote lemmet op zichzelf of op iemand anders richten en/of de spot drijven met de kris. Een kris mag pas na de vereiste, eerbiedwaardige begroeting en onder het prevelen van gebeden, uit de schede worden gehaald. Om te voorkomen dat de krachten eruit glijden, moet de kris worden opgepakt met de punt omhoog en moet de kris ook altijd  weer teruggestoken worden  in de schede. Denkt men met een kwaadaardige kris in bezit te hebben, dan dient deze met een doek bedekt te worden of in het ergste geval te worden begraven. Ook kan men trachten de negatieve energie te ontladen door middel van een wassing in zeewater.

Na een bepaalde tijd dient de kris  te worden gewassen en het hangt van de plaats/streek af hoe dat gebeurt. Het lemmet mag niet met de hand worden aangeraakt gedurende de reiniging. Voor het ceremonieel reinigen dien je je van tevoren te baden en ook je haar te wassen.
Het hangt van de streek af hoe de wassing vervolgens gebeurt.

 

 

Bronnen:

swordfactsbenelux

mysterie-wetenschapsforum