Deze vorm van asfyxie kan geklasseerd worden onder de mechanische verstikking, waarbij het gaat om een gestoorde zuurstofopname. Deze specifiek handeling valt verder onder de categorie 'geweld tegen de hals'. Als we het hebben over verhanging bedoelen we verstikking door een tekort aan zuurstof veroorzaakt door een snoer rond de hals met als kracht het eigen lichaamsgewicht. Dit hoeft niet het hele lichaamsgewicht te zijn, men kan zich reeds verhangen door een deel ervan, het lichaamsgewicht van de schouders en romp volstaat. Als het gaat om een verhanging waarbij het lichaam volledig van de grond is, spreekt men over een 'volledige verhanging'. In de andere gevallen gaat het om een 'onvolledige verhanging'.
De verhanging als zelfdoding is een zeer snelle methode. Eens men hangt duurt het ongeveer 6 tot 10 seconden voordat men het bewustzijn verliest, zelfbevrijding is dan ook uitgesloten. Omdat men zo snel het bewustzijn verliest, moet men er binnen de 1 à 2 minuten bij zijn om de persoon uit deze toestand te verlossen anders treedt er onherstelbare hersenschade op. Het hart kan echter nog 20 minuten blijven kloppen, wat stuiptrekkingen kan veroorzaken.

Pathologie

Als er sprake is van verhanging zal het gebruikte werktuig een teken achterlaten, nl. het snoerteken. Door postmortale uitdroging wordt dit zichtbaar. Bij een 'typische verhanging' bevindt de knoop van het snoer zich aan de achterkant van de hals en kent het een opstuigend verloop. In de meeste gevallen is er echter sprake van een 'atypische verhanging' waarbij de knoop van het snoerteken zich vooraan of langs de zijkant van de hals bevindt. Ook hier is er sprake van een opstijgend verloop in de richting van het knooppunt. Verder is er meestal sprake van een gedeeltelijke omstrengeling omdat de lussen vaak niet strak aangespannen zijn.
Een ander kenmerkend teken bij verhanging zijn de lijkvlekken. Deze bevinden zich in de afhangende ledematen, bv. de benen. Afhankelijk van het feit of het om een volledige of onvolledige verhanging gaat kunnen ze nog verschillen van locatie.
Door de stuiptrekkingen kunnen er postmortale uitwendige verwondingen worden gezien, bij het onderzoek is het van belang dat een duidelijk onderscheid wordt gemaakt tussen pre- en postmortale verwondingen. Bij postmortale verwondingen is het zo dat er geen echte bloeding meer ontstaat doordat de bloedsomloop stil ligt. Men kan deze verwondingen dus niet beschouwen als vitale tekens, d.w.z. tekens waarvan men kan afleiden dat het slachtoffer nog in leven was tijdens het gebeuren. Wat echter wel een vitaal teken is, maar zeer fragiel, is het speekselspoor. Door het snoer kan het slachtoffer niet meer slikken en ontstaat er zo een teveel aan speeksel voordat bewusteloosheid optreedt.

Forensische aspecten

De techniek wordt zeer frequent toegepast bij zelfdoding. In de meeste gevallen is de aard van het overlijden dus zelfdoding. Maar het kan ook voorkomen dat het gaat om een ongeval. Dit komt vooral voor bij kinderen of bij auto-erotische asfyxie waar de verstikkingsmetode wordt toegepast om een groter genot te bekomen tijdens seksuele praktijken.
In een zeldzaam geval kan het gaan om doding door een valstrik of door camoeflage, hierbij was het slachtoffer dus reeds dood voor de verhanging plaatsvond. Men moet in alle gevallen zich steeds afvragen of die persoon dat op die manier zelf heeft kunnen doen.