Iedereen weet wel dat het een belangrijke Oosterse religie is, maar hoe zit het verder? Om te beginnen is het geen godsdienst zoals wij die in het Westen kennen. Er wordt in het boeddhisme geen god aanbeden, tenminste niet een god die buiten jezelf staat en die je verantwoordelijk stelt voor de dingen die in je leven gebeuren, of het leven in het algemeen.

In het boeddhisme wordt elk mens beschouwd als een wezen dat op weg is om zich aan zijn of haar oorspronkelijke bron te verbinden, de innerlijke goddelijkheid. Hoewel mensen zich in een verschillend stadium van die ontwikkeling kunnen bevinden, is in principe iedereen gelijk. En omdat de ontwikkeling van je bewustzijn, ook wel “verlichting” genoemd, van binnen uit moet komen heeft het geen enkele zin om andere mensen te bekeren. Dat is een van de aspecten die van het boeddhisme heel sympathiek maakt. Boeddha betekent iets als “verlichte”, waarmee iemand wordt bedoeld die het in ieder mens aanwezige Boeddha-aspect tot ontwikkeling heeft gebracht.
 

Het ontstaan van het boeddhisme.

Ook al is iedere mens in beginsel een boeddha, toch is er ook een historische figuur geweest die de Boeddha wordt genoemd. Hij was de stichter van het Boeddhisme, geen profeet maar wel een voorbeeld voor de boeddhisten, letterlijk een “lichtend voorbeeld”.

Deze man, die ook wel Gautama genoemd, werd in de 5e eeuw voor onze jaartelling geboren als Siddharta in het noorden van India, het tegenwoordige Nepal. Hij was een prins die opgroeide in rijkdom en door zijn familie van alledaagse ellende als ziekte, dood en lijden werd afgeschermd. Volgens de overlevering werd hij buiten het paleis uiteindelijk toch met het lijden geconfronteerd toen hij een oude man, een dode en een zieke zag. Ook ontmoette hij een asceet, iemand die niets had, maar toch heel gelukkig leek. En dat zette hem aan het denken over de realiteit van het leven: ouderdom, ziekte en dood, maar ook over de mogelijkheid om dit allemaal niet belangrijk te vinden.

Op zijn 29e was besloot prins Siddharta zich terug te trekken uit de weelde van het paleis. Hij zwierf rond, vastte en onderwierp zijn lichaam aan allerlei beproevingen.  Toen hij bijna bezweek aan de honger zag hij in dat dit niet de juiste weg was. Toen hij weer een beetje op krachten was gekomen ging hij onder een boom zitten mediteren. Hij wou er niet onder vandaan te komen voordat hij antwoord had op de vraag waarom mensen moesten lijden. Na negenenveertig dagen kreeg hij niet alleen inzicht in de oorzaak van het lijden, maar ook in hoe het lijden kon worden weggenomen. Door deze inzichten raakte hij verlicht. Omdat het niet om zijn eigen vrede en geluk te doen was, maar om dat van iedereen, begon hij zijn ervaringen aan de mensen om hem heen te onderwijzen.

Wat houdt het boeddhisme in?

De kern van de boeddhistische leer is dat het leven moeilijk is omdat we de neiging
hebben om te verlangen naar van alles dat ons nooit echt gelukkig zal kunnen maken. Dat gaat om materiële dingen, maar ook bezigheden en het contact met andere mensen. Ondanks dat we er niet gelukkig van worden houden we er  ten koste van alles aan vast. Iedereen kan zich hiervan bevrijden door het volgen van het “achtvoudige pad”. Dat bestaat uit dingen zoals de juiste bedoelingen hebben, de juiste dingen doen en je aandacht richten op de juiste dingen. Met “juist” wordt bedoeld dat alles gebeurt vanuit je geweten: onzelfzuchtig, mededogend, vriendelijk en in harmonie. En natuurlijk zonder de gehechtheid aan de vergankelijke zaken die ons toch niet echt gelukkig maken. Dat betekent niet dat je geen materiële dingen mag bezitten, want we leven nu eenmaal in een materiële wereld, maar het moet geen obsessie worden. Aanhangers van  het boeddhisme vind je dan ook in alle rangen en standen.


De volgende boeddhistische principes zijn in de 19e eeuw geformuleerd door een Japanse  keizer, en in al hun simpelheid zeker het nastreven waard:

      •  Word vandaag niet boos;

      •  Maak je vandaag geen zorgen;

      •  Wees dankbaar;

      •  Doe je werk met toewijding;

      •  Wees vriendelijk tegen alle wezens.


In het boeddhisme is er geen enkel excuus voor het gebruiken van geweld, want Boeddha zei "Haat eindigt niet door haat. Haat eindigt door liefde. Dit is een eeuwige wet."

Het boeddhisme heeft dan ook een vreedzame invloed op de maatschappij. Dat wil niet zeggen dat boeddhistische landen nooit oorlog voeren, maar dit wordt gedaan in het besef dat het tegen de leer van Boeddha is. Het boeddhisme zelf is echter nooit de oorzaak geweest voor een oorlog.

Verspreiding van het boeddhisme.

In de loop der eeuwen heeft het boeddhisme zich geleidelijk uit over heel Azië uitgebreid. Er ontstonden ook steeds meer verschillende stromingen, die natuurlijk elkaars ontwikkeling en traditie respecteren en vaak ook nauw samenwerken. Tegenwoordig heeft het boeddhisme in totaal meer dan 400 miljoen aanhangers en daarbij zitten ook steeds meer aanhangers in Europa.

Om naar een boeddhistische tempel te gaan hoef je tegenwoordig dan ook niet meer helemaal naar India. Sinds een aantal jaren staat er een op de Zeedijk midden in Amsterdam: de Fo Guang Shan He Hua Tempel. Dit is een echte boeddhistische tempel, geheel gebouwd volgens de boeddhistische principes met speciaal uit China ingevlogen dakpannen en ornamenten.

Aan weerskanten van de tempel wonen de boeddhistische nonnen en is een bibliotheek. De tempel maakt deel uit van de Amsterdamse Chinatown met veel Oosterse eethuisjes en winkeltjes. Elk jaar rond 17 februari gaat in deze buurt het dak eraf, want dan wordt het Chinese Nieuwjaar met een hoop geknal en de traditionele leeuwendans ingeluid. De precieze datum verschilt per jaar omdat de Chinezen een maankalender aanhouden.