De wereldberoemde geogliefen op de pampa's van Jumana en Nazca in Peru zijn door het droge en windstille klimaat eeuwenlang bewaard gebleven. Over het nut van figuren als de spiraal, de kolibrie, de papegaai, de walvis en de vele geometrische lijnen wordt al tientallen jaren gespeculeerd. Het bijzondere is dat de eeuwenoude tekeningen zo groot zijn, dat ze alleen vanuit een vliegtuig zijn te herkennen. Het dorpje Nazca is dan ook uitgegroeid tot een toeristisch stadje met  hotels, musea en vooral veel  vliegtuigjes, waarmee toeristen de Nasca-lijnen van de juiste hoogte kunnen bekijken. Dankzij Google Earth hoef je tegenwoordig niet eens meer naar Peru, maar kun je thuis op je beeldscherm een aardig overzicht krijgen van de mysterieuze tekeningen.

De geschiedenis en herontdekking van de Nazca-lijnen

De hoogvlakte van Nazca in het zuiden van Peru, een van de droogste gebieden op aarde, wordt al zeker tienduizend jaar door mensen bewoond. In het gebied zijn verschillende culturen opgebloeid en weer ten onder gegaan. De Nazca-lijnen zijn gemaakt door de Nazca- en Paraca-indianen. Niemand kan met zekerheid zeggen waarom deze indianenstammen zo creatief met zand waren, maar wel is inmiddels duidelijk dat de tekeningen en geometrische figuren tussen het jaar 200 voor en 600 na het begin van onze jaartelling zijn gemaakt. De enorme decoraties zijn dus al zo'n tweeduizend jaar oud. De tekeningen bestaan uit geometrische figuren, meanderende lijnen, doolhoven en andere vormen. Wereldberoemd zijn de afbeeldingen van dieren, zoals kolibries, een pelikaan, een papegaai, een aap, een spin, een hagedis, een leguaan, een slang en lama's. Het meest verrassende dier is wel een walvis, een dier dat volgens onze inzichten door de ijverige indianen in het kurkdroge gebied totaal onbekend moet zijn geweest. De eerste vermelding van de figuren door de ontdekkingsreiziger Cieza van Leon dateert uit de zestiende eeuw. In de negentiende eeuw was het de Duitse wiskundige en archeologe Maria Reiche die een leven lang de Nazca-lijnen heeft bestudeerd. Behalve als onderzoekster is zij ook belangrijk geweest als beschermster van dit erfgoed. In het moderne Nazca zijn er scholen, pleinen en straten naar haar vernoemd en zij is begraven naast het huis waar zij tijdens
haar onderzoeken in woonde, het huidige Maria Reiche-museum. Ondanks de grondige studie heeft ook zij de betekenis van de lijnen en tekeningen niet kunnen doorgronden, maar zij vermoedde een astronomische betekenis. Meer onderzoek werd uitgevoerd door de archeologen Isla en Reindel , die concludeerden dat de lijnen rituele kanalen waren. Het zwakke punt van deze theorie is echter dat er niet meer dan een paar millimeter regen per eeuw in het gebied valt.

Hoe de Nasca-lijnen zijn gemaakt

Hoe de tekeningen, die van dichtbij gezien op ploegvoren lijken, door de indianen gemaakt zijn is wel duidelijk. Het oppervlak van de pampa bestaat uit een laagje lichtrode kiezels, die deze kleur danken oxidatie, contact met de lucht. Vlak onder de geoxideerde oppervlaktelaag hebben de steentjes nog hun originele, heldergele kleur. De Nazca's konden hun tekeningen dus vrij eenvoudig maken door de bovenste laag van donkere kiezels weg te halen. Zij deden dat in banen waarvan de breedte varieert tussen de veertig centimeter en ruim een meter. De verwijderde steentjes werden opgestapeld, en zelfs deze stapeltjes zijn bewaard gebleven. Deze methode, bevestigd door diverse archeologen, is vrij eenvoudig. Het mysterie schuilt echter in de enorme schaal van de tekeningen, zoals vogels met een lengte tot bijna driehonderd meter. Het gevolg is dat je alleen vanuit de lucht de voorstellingen kunt zien. Hoe dan ook moeten de toenmalige Peruanen over gedegen geometrische kennis hebben beschikt. In het opzienbarende boek ”Waren de goden kosmonauten?” van de Zwitserse auteur Erich von Däniken uit 1968 wordt gesteld dat als de lijnen al geen landingsbanen van buitenaardse wezens waren, zij minimaal de indianen vanuit de lucht een handje moeten hebben geholpen. Een andere optie is dat het religieuze uitingen waren. Volgens deze visie zijn de verschillende figuren een symbolisch pad naar de goden. Om ze te realiseren zouden de Nazca sjamanen door middel van hallucinogene stoffen spirituele vluchten hebben gemaakt, een praktijk die vaker beschreven wordt met betrekking tot indiaanse sjamanen.
Maar het blijft gissen, een afdoend bewijs voor het doel en de verklaring voor de enorme afmetingen van de figuren is er nog niet. Ondertussen heeft de UNESCO de Nasca-lijnen in 1990 toegevoegd aan de Werelderfgoed-lijst. Dit betekent dat niet alleen latere generaties van de mysterieuze pracht kunnen genieten, maar dat zij ook het hoe en waarom van de tekeningen verder kunnen onderzoeken.