Het
directe management beïnvloedt de effectiviteit van trainingen voor in de fases van de aanloop naar de training en na afloop bij terugkeer op de werkvloer.
Het
hogere management beïnvloedt trainingseffectiviteit door haar beleid en houding tegenover trainingen. Dat doet zij bijvoorbeeld als zij haar trainingsbeleid laat bepalen door de financiële situatie van de organisatie of als zij trainingsbudget gebruikt voor andere organisatie activiteiten. Hierdoor ontwikkelen medewerkers het idee dat er geen budget zal zijn voor trainingen of dat trainingen niet bedoeld zijn als hulpmiddel bij het uitvoeren van het werk dat moet worden verricht.
De
cultuur van een organisatie beïnvloedt de effectiviteit van trainen, doordat zij bijvoorbeeld de sfeer schept dat opleiden en trainen niet belangrijk is. Dit uit zich dan bijvoorbeeld in de vorm van gedrag dat het toepassen van nieuwe kennis hindert of verhindert. Voor een organisatie kan het dan ook zinvol zijn om eerst vast te stellen of zij wel een cultuur bezit die gericht is op ontwikkeling van medewerkers.
De thuissituatie kan de trainee hinderen in zijn ontwikkeling, doordat zij bijvoorbeeld verwacht of eist dat de trainee beschikbaar is voor huiselijke activiteiten. De thuissituatie kan ook van invloed zijn omdat zij de trainee bijvoorbeeld niet de mogelijkheid om zich voor te bereiden of rustig te werken aan opdrachten.
De effecten
Al deze factoren hebben in verschillende mate effect op de effectiviteit van een training. Daarbij kunnen die effecten zowel positief als negatief zijn. Sommige zijn zelfs te verwaarlozen afhankelijk van het soort training. Andere moeten eerst vastgesteld worden voordat gemeten kan worden hoe effectief een training was. Dit om te voorkomen, dat de conclusie getrokken wordt, dat een training ineffectief was, terwijl het bepaalde interne of externe factoren waren die een negatief effect uitoefenden.
Zo is het te begrijpen, dat als iemand heftruck leert rijden, maar hij vervolgens zes maanden moet wachten op een heftruck om mee te rijden, dat er dan weinig over is van de kennis en vaardigheden. In zo'n situatie is het weinig zinvol om de effectiviteit van de training te meten na bijvoorbeeld een maand.
Meten trainingseffect
Zodra er duidelijkheid is over de invloeden op het effect van een training, kan het effect van een training gemeten worden. Dit is misschien wel het eenvoudigst te doen, door voorafgaand aan de training vast te stellen wat men wil bereiken met het volgen van de training. Gaat het simpelweg om het veilig leren omgaan met apparatuur. Dan is het voldoende om na afloop van de training vast te stellen hoeveel veiliger medewerkers werken. Bij een managementtraining waarvan het doel bijvoorbeeld is het vergroten van de persoonlijke effectiviteit van een manager, zal men eerst moeten vaststellen wat men verstaat onder persoonlijke effectiviteit. Vervolgens zal men moeten bepalen wanneer men vindt dat de persoonlijke effectiviteit is toegenomen. Is dat als een deelnemer alle onderdelen van de training toepast of is dat als meer plannen van de deelnemer worden goedgekeurd, in vergelijking met het aantal dat voor de training werd goedgekeurd.
Bij het meten van het effect van trainingen moet men echter rekening houden met het feit dat het menselijk geheugen imperfect is en om te beginnen werkt op basis van twee principes:
- "Wat het meest gebruikt wordt, wordt onthouden."
- "Wat belangrijk gevonden wordt, wordt onthouden."
Dat betekent dan ook, dat men zeker de eerste zes maanden regelmatig zal moeten meten om vast te stellen wat uiteindelijk het echte effect is van een training in combinatie met de situatie waar de nieuwe kennis en vaardigheden worden toegepast.
Want uiteindelijk is er maar één zekerheid in de trainingswereld. Mensen kunnen heel veel leren, maar dat is nog geen garantie dat mensen ook alles zullen toepassen wat ze leren.