‘De markt is dood’

0
743
blog placeholder

Om kwart over vier begint Barbara de Nocker (41) al met het inpakken van haar sinaasappels en bananen, zodat ze voor vijven weg kan zijn. ‘Nu lopen er toch alleen nog maar lijers. Daar word je echt niet vrolijk van. Proberen ze voor een paar centen hele kisten van je op te kopen. En dan zijn ze nog chagrijnig ook. Nou, dan pak ik het liever in en stal ik het maandag wel weer uit.’
De Nocker is één van de weinig overgebleven Nederlandse kraamhouders op Haagse Markt. Geboren en getogen in de Schilderswijk stond ze al van kleins af aan met haar vader op de kraam. ‘Ik weet niet beter’, zegt ze terwijl ze een tros bananen in de weegschaal legt.
Tegen de klant: ‘Één vijfenzeventig.’
De klant in gebrekkig Nederlands: ‘Nee, een euro, toch?’
‘Dat is per kilo, ja, maar dit is meer dan een kilo.’
‘Een euro.’
‘Ja, dan moet je een kleinere tros nemen.’ Zucht. ‘Dat bedoel ik nou, ze proberen tegenwoordig op alles af te dingen.’

Voor een zaterdag is het rustig op de markt. Mensen met paraplu’s slenteren langs de kramen in de druilende regen. Een orkest van zwarte pieten komt langs, maar niemand lijkt enthousiast. Een Turks jongetje krijgt een mep van zijn moeder als hij een paar passen richting de pieten loopt. Dan trekt ze hem vluchtig mee. Twee jongens van een jaar of veertien slepen met al hun kracht een kar met karton richting de containers. Onder de gekleurde zeiltjes staan de marktkooplui in warme truien. Sommigen roepen om de halve minuut wat de aanbieding is, maar het publiek loopt stug door.
‘Het zijn moeilijke tijden’, zegt Sonja Jairam (34), een Hindoestaanse vrouw. Ze verkoopt exotische groenten. ‘Vroeger stonden hier hele rijen. Mensen komen niet meer uit met hun geld. En de sfeer is ook veranderd. Niemand maakt meer echt een praatje met je. Maar ja, je ziet ook bijna geen Hollanders meer hè? Jammer. Je woont in Nederland en je ziet die personen zelf niet meer.’

Ook De Nocker mist de Hollandse klanten. ‘Ja, ’s ochtends, dan komen ze nog wel, tot een uur of tien. Dat zijn de gezelligste uurtjes. Maar na een uur of tien maken de vaste klantjes dat ze weg komen. Dan komt het tuig. Allemaal uit de wijk, want van buiten de Schilderswijk komen ze niet meer. Die voelen zich hier niet meer veilig. Vind je het gek, ze staan hier op hoekjes met messen. Agressief zijn ze. Vorig jaar ben ik zelfs overvallen, bij mijn auto. En ik ben echt niet de enige. De kaasboer is het ook overkomen. Nu laat ik mijn geld drie keer per dag ophalen door mijn man. En we gaan met groepjes weg. Dat maakt het allemaal minder leuk, hè? Als ik nog één keer word overvallen, ben ik hier weg. Ik wil niet wakker liggen van de angst, dat gaat te ver.’

‘In de wijk zelf wonen toch ook bijna geen Hollanders meer. Ik ben op een gegeven moment ook in Rijswijk gaan wonen. Niemand woont hier meer in de buurt.’ De Nocker heeft het over de laatst overgebleven Nederlandse kraamhouders, die bijna allemaal in de Schilderswijk zijn opgegroeid, toen het nog een arbeiderswijk was. Nu is nog maar tien procent van de inwoners Nederlands, en die wonen bijna allemaal aan de rand van de wijk. De grootste bevolkingsgroepen, de Turken, Marokkanen en Surinamers, maken langzamerhand ook weer plaats voor nieuwkomers als Irakezen, Afghanen, Somaliërs en Ghanezen.

‘Moet je nou effe kijken. Tel effe, hoeveel mensen zijn er nou blank?’ Daniel Lebel (30) gebaart vanachter zijn groentekraam naar het voorbij lopende publiek. Hij telt er twee. Ook Lebel staat al vanaf het moment dat hij zich kan herinneren op de markt.
‘Het is genoeg geweest. Ik ben echt geen racist, maar ze moeten niet al die rassen bij elkaar stoppen. Dat werkt gewoon niet!’
Lebels Marokkaanse collega Achmet Azuri (27) stemt daar mee in. ‘Het is niet meer leuk. De laatste jaren is het echt negatief veranderd hier. Alle collega’s klagen erover.’

Een vrouw met hoofddoek staat al een paar minuten met een netje knoflook in haar handen.
‘Kan ik u helpen?’ vraagt De Nocker.
‘Hoeveel?’
‘Twee euro.’
De vrouw lacht een beetje nerveus en legt de knoflook weer terug. Dan loopt ze snel door.
‘Het is ook pure armoe. Je kan het die mensen ook niet kwalijk nemen. Ze hebben amper geld om de huur te betalen, laat staan dat ze extra fruit kunnen komen, of knoflook.’
De Nocker heeft haar omzet in de laatste jaren met de helft zien dalen, wat ook niet zo gek is, want de Schilderswijk is één van de armste tien wijken in Nederland. Een kwart van de inwoners is werkloos.
‘Het is een vieze, armoedige wijk. Ze zouden het wat aantrekkelijker moeten maken voor de mensen. Ik maak mijn kraam toch ook nog iedere dag mooi?’ De Nocker wijst trots naar de ananassen die ze aan haakjes heeft gehangen. Ze zucht. ‘Het was zo gemoedelijk. Ik weet niet of deze markt hier nog lang blijft. Ik hoop hier in ieder geval geen zestig te worden.’
De Nocker staart een tijdje naar de regen en zegt dan: ‘De markt is dood.’

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here