Het faillissement

0
510
blog placeholder

Een voorbeeld om het duidelijk te houden. Een bedrijf genaamd GOI BV is gespecialiseerd in het maken van schoenen. GOI BV heeft een aantal onbetaalde schulden openstaan, waaronder de huur van het pand en de lonen van een aantal werknemers. Om het een en ander draaiende te houden, leent het bedrijf geld van bedrijf Y. Daarnaast heeft GOI BV nog een aantal vorderingen op bedrijven en winkels die de schoenen hebben besteld en geleverd hebben gekregen, maar de rekening niet hebben betaald. Waarderen wij deze schulden en vorderingen op geld, dan komen wij tot het volgende rijtje: Y BV leent €50.000, de achterstallige huur bedraagt €10.000 en de loonvorderingen tezamen zijn €5000, in totaal maakt dit €65.000. Daartegenover staan de vorderingen die GOI BV heeft op winkeliers, samen ter waarde van €15.000. GOI BV heeft dus een negatieve waarde van €50.000.

Wat is een faillissement?

Sinds het einde van de 19e eeuw (1896) kent Nederland de Faillissementswet. Een wet die het een en ander regelt over het faillissement. Een faillissement is een beslag op het gehele vermogen van de debiteur, degene die niet meer in staat is om te betalen (GOI BV), ten behoeve van de gezamenlijke crediteuren, de (rechts)personen die hun vordering opeisen (Y BV, de verhuurder van het pand, de werknemers). De debiteur kan zowel een natuurlijke persoon als een rechtspersoon zijn. De debiteur wordt geacht met zijn gehele vermogen in te staan voor zijn schulden (dit lezen wij in artikel 3:276 BW). Betekent dit dat de debiteur met lege handen komt te staan? Nee, de rechter-commissaris kan bepalen dat bepaalde zaken bij de debiteur blijven.

Wie kan een faillissement aanvragen?

Het faillissement kan aangevraagd worden door één of meer crediteuren (Y BV, de verhuurder van het pand, de werknemer) omdat deze graag wil dat zijn vordering op de debiteur voldaan wordt. Met andere woorden, Y BV wil het geleende geld terug, de verhuurder wil de huur en de werknemers willen hun loon. Naast deze crediteuren kan ook de belastingdienst, de fiscus, het faillissement van een bedrijf aanvragen. Ook is het mogelijk dat het Openbare Ministerie ten behoeve van het openbaar belang, denk aan fraude en oplichting, het faillissement aanvraagt. Een derde mogelijkheid is de rechter, deze kan tot faillissementsverklaring overgaan indien de debiteur verzaakt bepaalde plichten na te komen. De rechter doet dit dan op grond van de wet. Een voorbeeld is dat wanneer op de debiteur, een natuurlijk persoon (geen GOI BV, want dat is een rechtspersoon), de schuldsaneringsregeling wordt toegepast en de debiteur komt zijn verplichtingen niet na, dan kan de schuldsaneringsregeling omgezet worden in een faillissementsverklaring. Een vierde mogelijkheid, is dat de debiteur zelf het faillissement aanvraagt, op eigen aangifte. Bij een NV/BV vraagt het bestuur in opdracht van de algemene vergadering van aandeelhouders het faillissement aan, of indien het bestuur krachtens de statuten gemachtigd is, vraagt het bestuur het faillissement aan.

Bij de faillissementsprocedure kan de vraag of er misbruik is gemaakt van de bevoegdheid om een faillissement aan te vragen, een rol spelen. Is er namelijk misbruik gemaakt, dan gaat de hele procedure niet door en is er geen faillissementsverklaring. Een voorbeeld, die men in de jurisprudentie kan terugvinden, is dat het faillissement wordt aangevraagd om af te komen van het eigen personeel. Stel GOI BV wil af van het eigen personeel, maar via de reguliere arbeidsregels vindt het bedrijf dit te duur of te lang duren. Daarom besluit het bedrijf het eigen faillissement aan te vragen. Dit is volgens de rechter niet toegestaan (HR 29-06-2001 – MTW/FNV).

Wanneer wordt de verklaring afgegeven?

De crediteuren dienen een verzoekschrift bij de rechtbank waar de woonplaats is van de debiteur (dan wel de statutaire zetel) in te dienen. De rechter bekijkt het verzoek en stelt eisen aan het verzoek. Er moet gebleken zijn dat de debiteur (GOI BV) in de toestand verkeert dat hij heeft opgehouden te betalen. Dit moet summierlijk blijken (artikel 6 lid 3 Fw). Wanneer GOI BV zijn schulden netjes op tijd betaald, en daarom geen schulden heeft, kan er ook geen faillietverklaring uitgesproken worden. Indien het verzoek tot faillietverklaring is ingediend door de crediteur, dient er een vorderingsrecht van de crediteur aanwezig te zijn. De buren van GOI BV, die geen vordering op het bedrijf hebben maar wel ontzettende hekel hebben aan het bedrijf, kunnen dus niet om een faillissement van het bedrijf verzoeken. Ze hebben geen vorderingsrecht. Naast het vorderingsrecht dient er tenminste één steunvordering te zijn (pluraliteit van schuldeisers). Deze eis, gebaseerd op de jurisprudentie, houdt in dat er naast de vordering van de aanvragende crediteur er nog een vordering aanwezig moet zijn. Ten aanzien van deze vordering is het niet vereist dat de debiteur opgehouden is te betalen, slechts de aanwezigheid van de steunvordering is voldoende. Indien de verhuurder van het pand de enige is met een vordering op GOI BV, kan de verhuurder niet het faillissement van GOI BV aanvragen. Weliswaar heeft GOI BV opgehouden te betalen en heeft de verhuurder een eigen vorderingsrecht, maar de rechter stelt dat de verhuurder krachtens de wet genoeg mogelijkheden heeft om zijn verhaal te halen. Een derde eis is dat tenminste één vordering opeisbaar is.

Indien de rechter tot het oordeel komt dat gezien de omstandigheden en feiten de verklaring niet afgegeven moet worden, dan zal hij de afwijzing van het verzoek bij beschikking bekend maken. Wordt het verzoek toegewezen dan gebeurt dit door middel van een vonnis. Bij deze vonnis wordt tevens een curator en een rechter-commissaris benoemd. Eventueel kan de rechter bij de vonnis, maar het kan ook bij een latere beschikking, een commissie van schuldeisers benoemen. Het vormen van de commissie kan ook zonder de inmenging van de rechter plaatsvinden.

De curator en de rechter-commissaris

Zoals hierboven is uitgelegd worden de curator en de rechter-commissaris bij de vonnis van faillietverklaring benoemd. De curator is de persoon die belast is met het beheer van de boedel en beschikt over de boedel. Hij bekijkt naar de omvang van de boedel en naar de schulden. De debiteur is beschikkingsonbevoegd. De curator kan eventueel om opheffing van het faillissement verzoeken indien de schulden vele malen hoger zijn dan de baten (dus een gebrek aan baten). De rechter-commissaris houdt toezicht op de curator. Daarnaast heeft het eigen bevoegdheden zoals getuigen verhoren. De rechter-commissaris wordt benoemd uit een van de leden van de rechtbank. Daarnaast, indien dat van toepassing is, houdt de rechter-commissaris een verificatievergadering waarvan hij de voorzitter is. Op de vergadering bekijkt de rechter-commissaris wie crediteur is en of hun vordering afgewezen dient te worden of niet.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here