Je winterse groentetuin.

0
499
blog placeholder

De groentetuin. De bron van vitamines zo vers dat de zonnewarmte de tomaat nog niet uit is als de plakjes het brood raken. Maar wat kan je ermee als de laatste restjes sneeuw nog hier en daar in hopen op straat liggen. De kou ‘s nachts de grond wit maakt en de dagen nog te kort zijn om ‘s avonds uren lang in de tuin bezig te zijn? Je kan vast beginnen met voorzaaien. Enkele zaden kunnen al aan het einde van de winter de grond in.

In de tuin
Jazeker! Ook in de tuin kan je nu al aan de slag. In het hartje van de maand februari kan je al beginnen met buiten een en ander voor te bereiden. En de eerste gewassen kunnen ook al de grond in.

Mesten
Om eroor te zorgen dat de grond helemaal klaar is om zaden, zaailingen en pootgoed van de nodige voedings stoffen te voorzien is mesten onontbeerlijk. Alle planten die je op de grond kweekt nemen namelijk voedingsstoffen op. Die moet je elk jaa weer aanvullen, anders is het na een paar jaar uit met de verse groente uit de tuin. De grond wordt arm en de planten groeien niet goed meer. De opbrengst valt tegen en al het werk is voor niets. Dus is het tijd om te mesten. Als je nu mest, en deze mest door de rgond werkt heb je daar de rest van het jaar genot van en kunnen je planten de groente voortbrengen om je gedurende het voorjaar en de zomer te voeden. Het beste zoek je een boer in de buurt die nog goed door verteerde stalmest heeft liggen. Paardemest, maar ook kippenmest is uitstekend voor het bemesten van de groentetuin. Ga uit van een kriuwagen per 10 vierkante meter minimaal. Meer dan een kruiwagen per 2, 3 vierkante meter moet je ook weer niet opbrengen. dan verzuurt de grond. Rij de mest uit op een dag dat de bodem niet ingevroren is.

Omspitten
Als een laag mest over de grond ligt, kan je met een spade beginnen de grond in grote scheppen om te werpen. Hierbij hoef je niet op te letten of de bodem mooi vlak wordt.Dat komt later wel. Begin hierbij aan een zijde van de tuin. Haal 2 spades breed de aarde weg.Dit creert een gat in de grond, en maajt het verder spitten makkelijker. Nu steek je telkens een strook van 10 cm breed los, en zet het omgekeerd terug in het get. Zo steek je strook voor strook de hele groentetuin om. De mest zit nu goed verdeeld diep in de grond, en eventueel onkrui wat zich heeft gevestigd in de tuin zit op een spade diep in de grond. Op de plekken na die je wilt gaan beplanten kan je dit laten liggen. De vorst die ‘s nachts over de tuin gaat laat eventuele schadelijke insecten in de grond bevriezen, waardoor je er voor het voorjaar vanaf bent.

Knoflook
Om echt lekkere dikke bollen knoflook te krijgen, moet je vroeg zijn. Het liefste voor de eerste vorst. In oktober, november zet je de individuele teentjes in de grond. In een geul van 4-5 cem diep zet je elke 10-15 cm een teentje. Dan sluit je de geul weer. Doe dit wel als de temperatuur nog boven de 15 granden komt, anders kan de knoflook niet goed zetten, en loopt het niet meer uit.  Maar als dat niet lukt: Zo snel de zon de grond aan het opwarmen is kan je de teentjes knoflook in de zwarte grond zetten. In de praktijk zal dit einde februari, begin maart zijn (Tenzij de winter extreem koud is en de vorst tot ver in februari doorlopt, dan kan planten pas in de loop van maart weer plaats vinden).

Tuinbonen
Tuinbonen zijn heel makkelijk in de prive groentetuin te kweken. De planten worden -toegegeven- ietwat groot. Maar elke plant levert in de loop van het seizoen dan ook voor 2 personen een portie bonen. Vers uit de tuin, terwijl ze nog niet volgroeit zijn, zijn ze ook heerlijk in salade. Om de beste tuinbonen te krijgen moet je ze zo vroeg mogelijk planten. Februari is ideaal. Zodra de vorst zover weg is dat je de spade de grond in krijgt, kan je de grond bemesten en losmaken (zie hierboven). Na het mesten hark je de grond mooi vlak en pak je een stok of de achterkant van een schepje. Hiermee maak je op rijen (60-70cm uit elkaar) elke 10 cm een gat van 4-8 cm diep. In elk gat gaan een of 2 zaden. Dek de gaten weer af. Tuinboon zaden kiemen reeds bij 5 graden en zijn goed vorst bestendig. Dus vroeg in het voorjaar zullen de tuinbonen al boven de grond staan. Op zich maakt het voeg zaaien niet veel verschil met de opbrengst, en je wint slechts enkele weken qua oogsttijd in vergelijking met zaaien aan het einde van maart. De echte winst zit hem in ziektes. Hebben de meeste tuinbomen heel veel last van luizen, de tuinbonen die vreg gezaaid worden zijn vrijwel compleet ongevoelig en zullen de bladluizen plaag niet krijgen.

In de vensterbank
Natuurlijk hoef je niet te wachten tot de zon hoog aan de hemel staat en het buiten comfortabel warm is, om met zaaien te beginnen. Sterker nog, veel planten hebben een lang groeiseizoen voordat het bloeiseizoen begint. Dus vroeg zaaien is het credo. En wel in de verwarming. Je kan met behulp van een bloempot met aarde waarover je een doorzichtig plastic zakje vastzet met een elastiekje een prachtige opkweek omgeving maken voor planten die graag in warme lucht ontwaken uit het zaad. Of je kan een mooi kweekkastje kopen bij de bouwmarkt of het tuincentrum. Beide opties werken goed. Zet ze op de vensterbank boven de verwarming, en het zaaien kan beginnen.

Paprika en pepers
Planten uit de peper familie (Waaronder bv ook de paprika valt)  hebben een paar maanden nodig voor de plant zo groot is dat er bloemen geproduceerd worden. Dus idealerwijs begin je al eind februari, begin maart met het voorzaaien in de vensterbank. Je kan zaadjes kopen, of, wat meestal net zo goed werkt, zaden uit gekochte paprika’s en pepers winnen. Laat de zaden een week in een schaaltje (Op bv een stuke keukenrol) drogen. Daarna kan je de zaadjes in een potje doen en bij de verwarming zetten. Na 1-2 weken komen de zaailingen op. Twee puntige blaadjes en een dun lichtgroen stengeltje verklappen de soort. Zodra de platjes opgekomen zijn, kan je de plastic zakjes elke dag wat langer weg nemen. Op die manier wen je de plantes aan de temperatuur in de kamer. Zet de plantjes bij 20 graden op een lichte plaats zodat ze zo veel mogelijk zon krijgen. Belangrijk is het, om de aarde de eerste weken niet uit te laten drogen. Jonge zaailingen zijn zeer gevoelig voor droogte.

Tomaten
Ook tomaten zijn bekend van de mediterrane regio. Hier in de volle zon groeien ze snel tot grote hoge planten van somes wel anderhalve meter hoog. hier is het voorjaar echter te koel, en de zon niet sterk genoeg om de planten op koude grond zo op te kweken. Daarom is het zaak om de planten voor te zaaien. Tomaten kunnen zeer snel groeien bij voldoende temperatuur. Dus als je ze al in Februari zaait is het zaak ze bij een koele kamertemperatuur (19-20) graden in  de volle zon te laten opgroeien. Doe je dit niet, dan heb je eind april lange dunnen tomaten planten staan, die te groot worden voor de vensterbank, en t eslap zijn om tomaten te dragen. Beter is het om een maandje te wachten als je geen koele lichte ruimte hebt. Ook hier vertonen de tomaten gepunte kiemblaadjes. Dit keer echter, is de stengel harig.

Knolselderij
Om de perfecte erwten- of groentensoep te maken is knolselderij onmisbaar. Deze groente groeit echter zeer langzaam. Tot 8 maanden kan nodig zijn om een knol van enig formaat te kweken. En omdat de planten niet winterhard zijn is het niet mogelijk om dit zomaar in de tuin te doen. Dus moet je vroeg in het jaar beginnen met voor zaaien. Zaai de piepkleine zaadjes bij kamrer temperatuur in afzonderlijke potjes. De plantes komen op als flinterdunne onkruid blaadjes. Het zal enkele weken duren voor deze plantjes enig formaat krijgen! Dus is het zaak ze regelmatig water te geven. Doe dit bij voorkeur via een schaltje onder de pot, zodat het water de piepkleine plantjes niet

Buiten uitplanten
Uiteraard wil je de planten niet de hele zomer in huis houden. Na 3 maanden in e vensterbank is het tijd om de planten naar buiten te verhuizen. Kies hiervoor het liefste een dag met niet te veel wind en bewolking. De planten die al die maanden binnen hebben gestaan kunnen nog niet goed tegen de wind: Ze zijn weliswaar groot gegroeid, maar hebben nog geen kennis gemaakt met de werking van wind en zon op de blaadjes. Bij het naar buiten brengen op een winderige zonnige dag loop je het risico dat de planten binnen een enkele dag verdrogen tot niets dan bruine sprietjes. Mocht het continu zonnig zijn: Bescherm de plantjes tegen de zon door er bv de eerste dagen een stukje karton oveheen te plaatsen.

Succes!
wil je de

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here